Waarom politici en programmamakers de komende campagne hun koers moeten wijzigen.
Wie afgelopen week naar de televisiedebatten heeft gekeken voor de gemeenteraadsverkiezingen werd daar niet vrolijk van. Het beeld dat ontstaat beantwoordt vaak aan de vooroordelen die mensen al hebben van politici: ‘ze praten maar wat’.
Dat is slecht voor de politiek, slecht voor het collectieve vertrouwen en uiteindelijk slecht voor de democratie. Een belangrijke oplossing is gelegen in twee dingen die resoluut anders moeten en kunnen: de presentatie van de boodschap en de opzet van verkiezingsdebatten op radio en televisie.
Goede communicatieve vaardigheden zijn veel belangrijker voor een politicus dan twintig jaar geleden. De kiezer blijkt genadeloos hard in zijn oordeel wanneer een lijsttrekker naar zijn mening op deze gebieden onder de maat presteert. De SP en Agnes Kant kunnen dit inmiddels beamen. Degenen die goed scoren bij de verkiezingsuitslag zijn over het algemeen dezelfden die hoog scoren tijdens een debat. Zowel de stijging van Bos, de winst van Wilders en de opkomst van Pechtold en Halsema vallen te verklaren. En dus ook de neergang van Kant en Van Geel.
Van de uitspraken van Wilders kun je gruwen of het ermee eens zijn maar ze zijn duidelijk en begrijpelijk. Hoe anders is dit wanneer je luistert naar bijvoorbeeld een betoog van Pieter van Geel. Onduidelijke zinsconstructies die niet veel meer dan algemene waarheden bevatten. Je kunt in een debat niet het gehele partijprogramma toelichten en continu de nuance benadrukken. Een verkiezingsdebat vraagt om een duidelijk standpunt. Dat is wat de kiezer zoekt en wat je als politicus moet kunnen geven. De kiezer wil weten welke partij waar voor staat en vooral waar dit standpunt verschilt van andere partijen.
Debatten zullen veel beter moeten worden voorbereid zodat ook een minder retorisch begaafde spreker zijn of haar boodschap helder over de bühne kan krijgen. Daarnaast moeten politici niet alleen maar oeverloos hun verkiezingsstandpunt herhalen maar ook durven reageren op standpunten en oneliners van anderen. Een goed voorbeeld hiervan was het debat tussen Bos en Wilders bij EenVandaag. Op de oneliner van Wilders dat “Henk en Anja moeten betalen voor Achmed en Fatima” reageerde Bos door te stellen dat hij voor een Nederland is waarin “een moslima met hoofddoek veilig kan rondlopen net zoals een homo dat moet kunnen. Als de vrijheid wordt aangetast ben ik de eerste om die te verdedigen maar dan wel voor alle Nederlanders”. Hier wordt in het tijdsbestek van minder dan een minuut een helder beeld neergezet van de standpunten van beide partijen. Critici zullen zeggen dat al deze aandacht voor de vorm afbreuk doet aan de complexiteit van de onderliggende problematiek. Niets is minder waar. Frits Bolkestein zei ooit: “Wie de vorm beheerst is de inhoud meester”. Juist het kort en begrijpelijk verwoorden van een vraagstuk of tegenstelling toont aan dat je de essentie er van begrijpt.
Ook moet kritisch gekeken worden naar het format van de lijsttrekkersdebatten. Het volgende principe moet continu centraal staan. Er moet sprake zijn van een inhoudelijk meningsverschil tussen partijen dat voor de kiezer op begrijpelijke en verhelderende wijze wordt uitgelegd. Een meningsverschil krijg je niet door lijsttrekkers een thema als ‘Leiderschap’ voor te schotelen en dan vrijuit te laten praten. De politicus zal daar namelijk een verkapte campagnespot van maken in de vorm van algemene waarheden. Beter is het om met stellingen te werken die meningsverschillen tussen de partijen blootleggen. Dus niet een thema ‘veiligheid’ maar de stelling: ’Zero tolerance-beleid is een goede oplossing voor de onveiligheid op straat’. De politici moeten vervolgens worden uitgedaagd om hun standpunt kort en krachtig toe te lichten. Hierbij moet in de voorbereiding worden gelet op duidelijk onderscheidende standpunten. Bij het Pauw & Wittemandebat werd gedebatteerd over de AOW-leeftijd terwijl drie van de vier partijen hierover min of meer hetzelfde standpunt hadden. Daar heeft de kijker niet zo veel aan.
Tot slot de duidelijkheid. Een debat met acht politici tegelijkertijd is voor niemand te volgen. Dit legt een te grote verantwoordelijkheid bij de gespreksleider. Beter is het om te kiezen voor compactere groepen die het in wisselende samenstelling over controversiële stellingen tegen elkaar opnemen. Dit vereist voor programmamakers en politici een hele zorgvuldige voorbereiding maar de uitslag van 9 juni is te belangrijk om op de oude voet door te gaan.
Gepubliceerd in Trouw d.d. 8 maart 2010
Roderik van Grieken en Donatello Piras zijn directeur en hoofdtrainer/debatleider bij het Nederlands Debat Instituut
-
When you have the facts on your side, argue the facts. When you have the law on your side, argue the law. When you have neither, holler
Al Gore
Nieuws
Wij houden het internet in de gaten voor updates binnen ons vakgebied. Volg ons op Facebook- en Twitter en ontwikkel uw retorica en debatkennis. Ook op LinkedIn zijn wij aanwezig. |
Het Nederlands Debat Instituut bindt zich aan jong talent en is een samenwerking gestart met de jonge topdebaters van Cogency. |
In Purmerend maakt de lokale politiek een duidelijke keuze voor kennis en vaardigheden. Samen met het Nederlands Debat Instrituut is er een programma vastgesteld waardoor zowel de Raad als het College [ ... ] |
Barack Obama is een inspirerende spreker. Maar wat gebeurt er als hij moet spreken zonder hulpmiddelen? |






















































