
De toespraak van de Libische leider Muammar Gaddafi op 22 februari heeft veel stof doen opwaaien. Bij het bestuderen valt op dat deze speech opmerkelijk veel gelijkenis vertoont met een radiotoespraak van Adolf Hitler in januari 1945. Beide toespraken bevatten veel dezelfde retorische ingrediënten: ophemelen van het volk, bedreigen van datzelfde volk en het weigeren op te stappen.
Verschil in vorm en stijl
Over de toespraken van Hitler is veel geschreven. Hoewel de inhoud vaak ijzingwekkend is om naar te luisteren, kunnen we van de vorm nog veel opsteken. Het was in ieder geval iemand die de kunst van het overtuigen verstond. Gaddafi is op dit vlak niet te vergelijken met Hitler. Ook cultureel verschillen de Afrikaanse kolonel en de Duitse tiran teveel van elkaar. Dat merk je ook in de toespraak. Hoewel beiden een voorkeur hebben voor toespraken van een uur of langer, is hun stijl anders. Hitler maakt meer gebruik van stijlfiguren terwijl Gaddafi meer een verhalende stijl gebruikt. Die past in de Afrikaanse traditie waar verhalen een belangrijke rol spelen in het dagelijks leven.
Geschiedenis en toekomst
Opvallend aan beide toespraken is dat zowel Hitler als Gaddafi de geschiedenis aangrijpen om hun waarde voor het land te bevestigen. Gaddafi verhaalt net als Hitler over zijn heldendaden zoals het verslaan van de vijanden (Verenigde Staten, Groot Brittannië en Italië) en het – onder zijn leiding – groot maken van het land. Beiden hangen dit ook op aan de wil van de Almachtige waarbij Hitler meerdere malen zijn lot verbindt aan God en Gaddafi meerdere malen de wil van Allah aanhaalt. Een andere parallel in het verhaal is dat ze de toekomst rooskleurig inschatten. Zo spreekt Hitler aan het einde van de Tweede Wereldoorlog nog de zin uit dat: “Duitsland dit lot nooit zal ondergaan”, verwijzend naar de ondergang van vijandige landen. Ook Gaddafi blikt hoopvol vooruit wanneer hij nieuwe hervormingen aankondigt: ”Morgen zal er een nieuwe regering worden gevormd met nieuwe gemeenteraden en nieuwe volksvertegenwoordigers.”
Laatste toespraak?
Daarnaast bedreigen beide sprekers het eigen volk. Hitler zegt het in 1945 zo: ”Maar hij die, vanwege lafheid of gebrek aan karakter, de natie de rug toekeert zal onverbiddelijk een smadelijke dood sterven.” Gaddafi is iets duidelijker: “Iedereen die de grondwet ondermijnt, zal gestraft worden met de dood. Iedereen die bommen gebruikt, zal worden gestraft met de dood…” en “betogers verdienen de doodstraf". Tot slot weigeren ze alle twee te vertrekken. Gaddafi: “Ik blijf vechten tot de laatste druppel van mijn bloed.” Terwijl Hitler het als volgt zei: “… om voor mijn volk te werken en om ervoor te vechten. Alleen Hij kan mij ontslaan uit deze taak waartoe Hij mij geroepen heeft”. Van Hitler weten we inmiddels dat het zijn laatste toespraak is geweest. Of dat ook zo is bij de Libische Gaddafi is nog niet bekend.
Bent u geinteresseerd in beide toespraken? Het laatste deel van de toespraak van Hitler kunt u hier beluisteren. Voor de eerste twintig minuten van de toespraak van Gadaffi bent u hier aan het juiste adres.


