Silvio Berlusconi is een veelbesproken figuur. Onlangs werd de mediamagnaat voor de derde keer gekozen tot premier van Italië. Zijn leven is vaak onderwerp van felle discussies in binnen- en buitenland. Maar hoe zit het nu eigenlijk met zijn retorische kwaliteiten? Daarover is nog weinig geschreven. Is Berlusconi een waarde opvolger van Romeinse voorvaderen of is spreekvaardigheid niet zijn sterkste punt. De waarheid ligt in het midden. De huidige Italiaanse premier is geen retorisch wonder, toch vallen een aantal bijzondere dingen op. Een analyse van zijn voordacht, de humor en het aanpassingsvermogen.
De voordracht is zonder meer een van de belangrijkste zaken bij mondelinge communicatie. Ook in de klassieke retorica werd de presentatie als belangrijkste beschreven. Zo schijnt Demosthenes, een begenadigd spreker uit de oudheid het volgende gezegd te hebben: “De voordracht staat op de eerste plaats als je een rede houdt. En op de tweede plaats? De voordacht! En op de derde plaats? De voordacht!”
De Italiaanse oud-ondernemer en mediamagnaat heeft dit goed begrepen. Zijn speeches in het openbaar zijn technisch vaak erg goed. Zo heeft hij een duidelijke stem en dictie. Hij spreekt vaak gevarieerd en niet monotoon. Hij kan erg langzaam en beheerst spreken. Toch kenmerken de toespraken van de Italiaanse Minister-president zich ook vaak door woede-uitbarstingen. Dat wordt over het algemeen niet als een sterk punt ervaren. Daarnaast vallen zijn gebaren op. Zijn lichaamshouding is vaak groot. Hoewel klein van stuk, loopt Berlusconi altijd kaarsrecht, met de borst vooruit en plaatst hij zichzelf vaak achter een katheder. Zeker bij politieke toespraken op congressen treffen we Berlusconi vaak aan achter een groot katheder met veel logo’s. Dit draagt allemaal bij aan zijn status. Het katheder grijpt hij met beide handen vast waardoor zijn lichaam en zijn armen een V vormen voor het publiek. Dit kan worden gezien als een open maar standvastige en autoritaire houding. Berlusconi gebaart veel tijdens speeches en interviews. Veel weidse gebaren om zijn verhaal te ondersteunen. En ook vaak de wijsvinger die in Nederland bekend is als “het opgeheven vingertje”. Vooral wanneer hij over zijn politieke tegenstanders spreekt. Hij controleert zijn eigen non verbale communicatie wel zo goed mogelijk. Zo houdt hij bij voorkeur een schrijfblok beet tijdens een interview. Zo slaat hij twee vliegen in een klap: het geeft hem een beter ethos en hij voorkomt drukke gebaren. Zo kan hij de autoriteit van een ware staatsman uitstralen.
Daarbij valt bij de voordracht valt zijn eeuwige glimlach op. Silvio Berlusconi heeft zichzelf aangeleerd om altijd te lachen of zo vaak mogelijk. Op posters, kranten en congressen van zijn eigen partij staat hij steevast met een brede glimlach op afgebeeld. Hiermee lijkt hij vooral “een vriendelijke indruk” te willen bevestigen. Zijn mimiek verraadt echter veel. Wanneer hij wordt verrast door interrupties, lastige vragen of een onwelwillend publiek verdwijnt de glimlach als sneeuw voor de zon en komt de emotie van dat moment op. De glimlach van Berlusconi is dan ook meer een masker dan een authentieke blijk van emotie. Wel gedraagt hij zich in lijn met vele adviezen uit de klassieke oudheid. Ook daar gingen ze uit van een gemiddeld publiek. De mediamagnaat Berlusconi weet heel goed dat het succes van een politicus anno 2008 voor een groot gedeelte tot stand komt via zijn verschijning in de audiovisuele media. En een glimlachende, doortastende en humorvolle politicus valt beter in de smaak dan een serieuze, langdradige technocraat. Zoals journalist Beppe Severgnini opmerkt over Italianen: “Wij beoordelen boeken op hun omslag, auto’s op hun lijn en politici op hun glimlach”.
Berlusconi heeft humor. Niet iedereen kan de humor waarderen en soms gaat de humor gepaard met veel opscheppen over de behaalde resultaten. En toch is de Italiaanse premier niet vies van een grapje tijdens interviews, toespraken en mediaoptredens. Vaak valt het verkeerd en draaft hij door in belediging van zijn politieke opponenten. Berucht is inmiddels zijn optreden in het Europese parlement waar hij de socialist Schultz een rol als ‘Kapò’ aanbiedt in een Italiaanse oorlogsfilm. Het was bedoeld als ‘battuta’, een kwinkslag, reageerde Berlusconi na afloop. Maar ook zelfspot is hem niet vreemd. Tijdens zijn optreden in de Italiaanse senaat in mei 2008 reageerde hij als volgt op de bijdrage van een senator: “De gewaardeerde senator is het opgevallen dat ik in mijn betoog maar liefst 14 maal het woord ‘groei’ heb laten vallen…neemt u mij niet kwalijk maar dat houdt waarschijnlijk verband met het feit dat de meesten mij beschouwen als een dwerg”.
Tot slot valt bij de voordacht van Berlusconi op dat hij beschikt over aanpassingsvermogen. Wederom zal de ervaring van de oude mediatycoon van Italië hierin meespelen. Tijdens een voordracht in het Amerikaanse congres spreekt hij als een staatsman: rustig en beheerst, prijst zijn gastheer uitvoerig, stemt de toehoorder gunstig en benadrukt het positieve. Overigens spreekt hij daar zowel in het Engels als in het Italiaans. Bij het Engels komt hij toch beduidend minder over dan bij toespraken in zijn moedertaal. Tijdens een congres van zijn eigen partij in Italië is hij duidelijk anders: hij maakt meer grappen, gebaart meer en zijn houding is strijdbaar, terwijl hij tijdens de verkiezingscampagne in april 2008 gekscherend veinst ter aarde te storten bij het proeven van een verse buffelmozzarella. De oude retor Quintilianus zei het al in zijn ‘opleiding tot redenaar’: een voordracht zal pas een optimale bijdrage leveren aan de overtuigingskracht van het betoog als aan een aantal voorwaarden is voldaan”. De passendheid, dus het vermogen om het betoog af te stemmen op het publiek, de plaats en de gelegenheid, is hier een belangrijk onderdeel van. Silvio Berlusconi heeft dit laatste heel goed begrepen.
Donatello Piras, Hoofdtrainer en debatleider Nederlands Debat Instituut
In deze serie verscheen verder
Angela Merkel
Nicolas Sarkozy
Gordon Brown


