De Britse premier is nu een jaar in het zadel als opvolger van Tony Blair. Tijd voor een terugblik en een analyse langs de retorische meetlat. De vergelijking met zijn illustere voorganger wordt vaak gemaakt en niet vaak in het voordeel van de wat saaier ogende Gordon Brown.
De voormalige Chancellor of the Exchequer in de kabinetten Blair stond bekend als zeer invloedrijk maar minder charismatisch dan Blair. We letten bij deze analyse op de presentatie, de structuur en de stijl van de voordracht.De retorische kwaliteiten van de Labour-premier analyseren we aan de hand van zijn inauguratiespeech als premier op 27 juni 2007. We zien hier allereerst twee goede punten. Hij spreekt kalm en beheerst en articuleert goed. Toch is zijn houding voor verbetering vatbaar; zijn stijve lichaamshouding, opgetrokken kin en strakke blik verraden zenuwen maar kunnen voor sommigen ook arrogantie uitstralen. Niet de beste indruk die je kunt achterlaten tijdens een eerste speech. Ook de gebaren kunnen beter. Quintilianus zei ooit: “ zonder gebaren zou de voordracht verminkt en invalide zijn”. En wat de speech van Brown betreft geldt dat ook enigszins. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor het gebruik van zijn linkerhand waarmee hij direct zijn rechterkant op slot gooit. Dat oogt wat star en niet heel toegankelijk voor de toehoorder. De structuur is volgens de klassieke opvatting niet geheel correct gezien het feit dat er nogal wat onderdelen worden weggelaten. Het heeft echter wel een mooie inleiding, kern en een mooi einde. Binnen de tijdsduur is het prima te volgen voor het publiek.
Als we Brown verder observeren tijdens speeches voor zijn eigen Labour partij vallen meer dingen op. Zoals retoricaspecialist Antoine Braet in zijn ‘Retorische kritiek’ ook zegt: “de achtergrond van speeches is belangrijk”. Het maakt nogal verschil of je spreekt als leider van het Verenigd Koninkrijk of als leider van een politieke partij tijdens een congres. In de meeste gevallen voelt een spreker zich meer op zijn gemak voor een welwillend en vriendelijk publiek. Bij deze toespraak kijken we weer eerst naar de presentatie. Daar valt op dat Brown meer gebruik maakt van stiltes en zijn houding is meer in overeenstemming met het gesproken woord. Toch gaat het gebruik van stiltes niet helemaal goed. Hij vervolgt zijn betoog vaak te snel terwijl het publiek nog zit te luisteren in een arena van applaus. Wanneer dit niet snel genoeg gaat maakt hij met korte handgebaren en knikken richting de zaal duidelijk dat hij snel door wil met zijn verhaal. Ook dat kan beter want hierdoor krijgt een spreker doorgaans niet veel sympathie bij de zaal.
Zijn spreekstructuur is redelijk te noemen. Hij probeert zijn publiek gunstig te stemmen door eerst een aantal openbare lofuitingen te doen richting de aanwezigen waaronder Tony Blair. Een goed en beproeft middel om het eigen ethos op te vijzelen. Een misser is dat we in het begin niet weten waar hij over gaat spreken. Een aankondiging in het begin was erg prettig geweest. Toch merk je dat Brown een zoon is van het zeer goede, retorische, Angelsaksische onderwijssysteem. Naarmate de speech vordert, komt hij meer in zijn element. Dat heeft te maken met zowel het ethos als de pathos. Hij lacht meer en gebruikt meer intonatie gedurende de speech en ook de stijlfiguren en humor komen voorbij. Ook hij is dol op de ennummeratie en de drieslag maar ook de stijlfiguur van de herhaling (repetitio) komt veelvuldig voor. Zijn slot is gewoonweg goed te noemen. Hij herhaalt telkens zijn zin:” we will meet the challenge of change”, waarmee hij de uitdaging met het Britse volk aan wil gaan. Zijn uitsmijter is zijn lijfspreuk sinds geboorte: “ I shall try my utmost”, om te eindigen met “I am ready, ready…to serve!” Zijn laatste woorden begeleidt hij door een diepe buiging met het hoofd te maken.
Tot slot een debat. In het Britse Lagerhuis wordt vaak en meestal levendig gedebatteerd. Helemaal wanneer de Prime Minister het opneemt tegen de leader of the opposition. Hier toont Brown zich vaak ook van de geestige kant. Hij doorspekt zijn bijdragen in het debat met een kwinkslag of een grap. Maar weinig overdreven en nooit zoveel als zijn opponent Cameron van de Conservatieven. En dat is vooralsnog een kracht. Blijf bij jezelf maar wel met overtuigingskracht. Als het op stijl en humor aankomt, legt Brown het overigens af in het debat tegen zijn opponent. Zowel op het gebied van humor als bij de fellere aanvallen slaagt Brown er niet altijd in om een scherp weerwoord te hebben. Hierdoor wordt hij snel in de verdediging gedrukt tijdens het debat. Hij pareert een aanval soms met een tegenaanval. Maar hierbij vermijdt hij de inhoud en leidt hij de aandacht af door zijn tegenstrever om de oren te slaan met stemgedrag in de geschiedenis. Dat werkt wel op korte termijn maar op de lange termijn zal Brown de aanval beter en effectiever moeten pareren dan het verschuiven van de bewijslast.
Gordon Brown een jaar als premier levert dus voor de retoriek vooralsnog niet heel veel spectaculairs op. Zowel bij speeches als in het debat blijft hij nog achter bij zijn voorganger Blair maar ook bij zijn tegenstrever Cameron. Dat is niet erg want slecht is Brown zeker niet. Hij is goed van de tongriem gesneden, is inhoudelijk sterk en is ook zijn eigen argument. Nu nog zijn ethos en pathos beter krijgen. Want de presentatie zegt alles over een politicus. Of hij nu wil of niet.
Donatello Piras
Hoofdtrainer en debatleider Nederlands Debat Instituut
In deze serie verscheen verder
Angela Merkel
Nicolas Sarkozy
Silvio Berlusconi


