De retoriek van Europese leiders: Nicolas Sarkozy

Afdrukken
sarkozy_w.jpg De Franse President Nicolas Sarkozy (bijnaam ‘Sarko’) is sinds mei 2007 de opvolger van Jacques Chirac. Andere Europese staatshoofden worden vaak vergeleken met hun voorganger, bij Sarkozy hoor je dit niet vaak. En als de vergelijking al wordt gemaakt, dan is die vaak in het voordeel van de als flamboyant bekend staande Franse regent. 
Chirac en Sarkozy zijn bepaald geen vrienden en verbeelden de bloedgroepenstrijd in hun partij de UMP. De voormalige Minister van Binnenlandse Zaken van Frankrijk werd in de rest van Europa pas echt bekend na rellen in de Franse Banlieues waar hij harde taal uitte in de richting van de rellende jongeren. Ook de strijd om het presidentschap met zijn tegenstander Ségolène Royal werd breed uitgemeten in de pers. Tijd voor een retorische tussenstand aan het einde van het voorzitterschap van de Europese Unie. We kijken naar de presentatie en stijl van de voordracht en tot slot naar de sterke punten op retorisch vlak van Nicolas Sarkozy.

We starten met een persconferentie van de mediagenieke President in januari 2008. Wat opvalt is dat hij in zijn presentatie vrij beweeglijk is. Hij beweegt zijn lichaam, zijn hoofd, gebaart veel. Maar nooit is dit dermate storend dat het afleidt van de inhoud. Zijn dictie is snel maar beslist. Hij intoneert veel. Wanneer hij iets belangrijks heeft of een accent wil leggen op een bepaalde zin, vertraagt hij en wordt zijn stem zwaarder. Een beproefde retorische truc om het publiek de ernst van de situatie maximaal te laten voelen. Wat verder opvalt is dat wanneer hij de zogenaamde beschermde spreektijd heeft aan het begin van zijn persconferentie, hij beduidend rustiger is in zijn houding. Wanneer de vragen van de journalisten worden afgevuurd, zie je dat vooral terug in zijn houding. Hij wordt onrustig. Toch is dat juist een kracht van Sarkozy. Hij oogt op deze manier vaak menselijker. Over zijn kleding valt op te merken dat hij vaak, bijna altijd zelfs, een blauwe das draagt bij een blauw of donker pak. Zelden zien we hem in een andere combinatie.

Sarkozy gebaart veel en uitbundig. Het blijft niet beperkt tot een bepaalde tic maar hij ondersteunt zijn retoriek constant met zijn handen. Hij wijst, onderstreept, balt zijn vuisten: alles om zijn boodschap kracht bij te zetten. Nu houden de Fransen hier van maar in de Europese traditie worden gebaren ook gewaardeerd. Vergelijken we hem met Berlusconi, Balkenende of Brown dan is hij degene die het meest gebaart. De Fransen hebben een traditie hoog te houden als het gaat om retorica en debat. De vakken zijn meer inbed in het Franse onderwijssysteem maar ook de geschiedenis spreekt voor zich. Zo introduceerde Frankrijk in de late middeleeuwen de ‘Seconde Retorique’ in de dichtkunst en kennen we vele Franse sprekers zoals Charles de Gaulle en zijn discours de Bayeux. Hier sprak de generaal net na de oorlog en de bevrijding tien keer op een plein vol publiek. Sarkozy is iemand die duidelijk gebruik maakt van zijn talent voor presentatie en spreekvaardigheid, zowel in toespraken als tijdens interviews en debatten.

Zijn stijl is eigenzinnig. Dat betekent dat hij duidelijk een eigen stijl heeft ontwikkeld. Hij maakt hierbij overigens veel gebruik van klassieke stijlfiguren. Een goed voorbeeld is zijn toespraak acht dagen voor het einde van de race om het presidentschap in Bercy. Hoewel het een toespraak is voor welwillend publiek, dat als enigszins makkelijk kan worden weggezet, toont hij hier een sterk staaltje vakmanschap. Na een uur toespraak eindigt hij groots en meeslepend door gebruik te maken van de stijlfiguur van de repetitio. ‘Acht dagen resten ons nog’, houdt hij zijn publiek voor. En hij herhaalt dit veelvuldig: ‘plus que huit jours  pour créer les conditions d’un rassemblement immense.  Huit jours pour construire pour les cinq années à venir le pays le plus prospère au monde.  Il reste huit jours, huit jours pour faire de nos rêves une réalité. Huit jours pour se lever, huit jours pour bâtir l'espérance dont la France a besoin, huit jours pour dire ce que nous voulons pour nos enfants (...) Huit jours pour faire du travail, de l'effort, du mérite, de la récompense de l'humanisme, les valeurs de la République française’. Wie hebben we dit ook al weer meer zien doen de afgelopen maanden…

Hij houdt zelfs zo van klassiekers dat hij zich eens schuldig heeft gemaakt aan regelrecht plagiaat. En net als zijn Duitse college Merkel tijdens haar race, gebruikt Sarkozy de woorden van een Amerikaan. Het chiasme van Kennedy wordt letterlijk vertaald en gebruikt.

Toch zijn de sterke punten van Sarkozy zijn improvisatievermogen en het feit dat hij zichzelf is en blijft. Dat kost hem af en toe een misstap en hij flapt er soms weinig flatteuze taal uit richting journalisten of omstanders. Ook als hij op bezoek is bij de Russische autoriteiten in het kader van de G8 en hij iets te diep in het glaasje heeft gekeken. Maar misschien is het feit dat hij zijn eigen argument is wel de sleutel tot het huidige succes van de Franse President. Be the argument is een belangrijke tip voor spreken in het openbaar en Sarkozy is dat: zijn eigen argument. Hij maakt maximaal gebruik van klassieke stijlmiddelen om te overtuigen. Hij heeft een sterke presentatie, een kundige dictie, en wisselt natuurlijke gebaren af met rustige zinnen en scherpe antwoorden. Sarkozy weet hoe hij het publiek moet bespelen en dat is een belangrijke eigenschap voor de president van de Franse republiek .

In deze serie verscheen verder
Angela Merkel

Gordon Brown

Silvio Berluscon



FacebookGoogle BookmarksLinkedinTwitter