Tot nu toe weigerden zittende premiers in Groot-Brittannië altijd tijdens verkiezingen op tv in debat te gaan met hun opponenten. Vanuit het perspectief van de machthebber valt dit te begrijpen. Liever positioneer je jezelf als staatsman (of vrouw) boven de partijen dan dat je de mouwen opstroopt om je te verweren tegen de ene na de andere aanval van iemand die op je baan aast. Vanwege de beroerde peilingen en alle schandalen rondom Parlementsleden nam Brown vorig najaar echter de beslissing dat de tijd rijp was om het rechtstreekse debat met zijn twee voornaamste concurrenten aan te gaan. Gretig aanvaardden David Cameron (Conservatieven) en Nick Clegg (Liberaal Democraten) de uitdaging waarna er maandenlang tussen de partijen onderhandeld werd over ‘spelregels’ van het debat. Dit resulteerde in een lijst met 76 regels omtrent het format. Gedurende de geplande drie debatten waarvan er inmiddels twee hebben plaats gevonden (ITV en SKY News) geldt een strikt geregisseerde vaste formule.
Een aantal elementen van deze debatten zijn duidelijk onderscheidend van wat wij in ons land gewend zijn. Om de kwaliteit van onze eigen debatten te verhogen zouden ze moeten worden over genomen.
Zo werkt men in Groot-Brittannië met beschermde spreektijden wat wil zeggen dat de lijsttrekkers kunnen spreken zonder dat zij geïnterrumpeerd worden. Nadat een vraag gesteld is heeft iedere spreker één minuut de tijd om zijn standpunt duidelijk te maken gevolgd door een tweede ronde waarin de lijsttrekkers nog een minuut per persoon hebben om op elkaar te reageren. Daarna vindt een vrij debat plaats van een minuut of zes waarin wel direct op elkaar gereageerd kan worden. Maar ook hier zie je dat de sprekers elkaar zelden in de rede vallen. Resultaat is een debat dat qua dynamiek wat minder spectaculair verloopt dan ‘onze’ debatten maar waar de inhoud wel veel meer tot zijn recht komt. De lijsttrekkers hebben hun beschermde minuten minutieus voorbereid en zijn daardoor in staat duidelijk en concreet aan te geven waar zij voor staan en waar dit verschilt van hun concurrenten. En dat is precies het doel van een verkiezingsdebat. Aan het einde van de avond moet je als kijker inhoudelijk geholpen zijn om een keuze te kunnen maken.
Een tweede verschil is dat de vragen aan de lijsttrekkers worden gesteld door het publiek in plaats van door de gespreksleider. Weliswaar zijn deze vragen vooraf gescreend door een onafhankelijke commissie (zie de 76 regels) maar het effect van deze vorm moet niet onderschat worden. Op de eerste plaats stelt het de kiezer centraal. Een verkiezingsdebat draait feitelijk om de kiezer: zijn vragen dienen centraal te staan en hij moet overtuigd worden. Door een kiezer uit de zaal de vraag te laten stellen heb je als kijker het gevoel dat het ook echt om jou als burger draait. Een tweede effect is dat deze formule de maximale garantie geeft dat politici serieus in gaan op de vraag. Over het algemeen hebben zij de neiging om een vraag te gebruiken als springplank naar het bespreken van een onderwerp waarvan zij van te voren besloten hebben dat zij daar over willen spreken. Ongeacht wat de vraag is. Vanuit het perspectief van de politicus op campagne is dat begrijpelijk. In de beperkte tijd die je hebt tijdens een debat wil je hoe dan ook de boodschap brengen die je zelf belangrijk vindt. Maar er is een groot verschil tussen een vraag gesteld door een gespreksleider en een vraag gesteld door een burger. De vraag van een burger kan namelijk in verkiezingstijd niet genegeerd worden. Politici zullen er alles aan doen om serieus in te gaan op deze vragen: het draait immers om de gunst van de kiezer. Een gespreksleider kan veel makkelijker afgeserveerd worden of genegeerd worden.
Tot slot is ook de rol van de gespreksleider wezenlijk anders in Groot-Brittannië. In ons land spelen de gespreksleiders vaak een dominante rol tijdens de debatten door actief inhoudelijk te sturen op het verloop van het debat. Een oorzaak daarvan zijn de lossere fomats die wij hanteren. Doordat er bijna geen regels zijn vliegt het debat alle kanten op en moet er regelmatig inhoudelijk worden bijgestuurd. Daarnaast zien onze gespreksleiders hun taak als een journalistieke en hebben zij de neiging de lijsttrekkers aan een scherp verhoor te onderwerpen. In Groot-Brittannië is de rol van de gespreksleider zeer beperkt. Feitelijk is hij alleen aanwezig tijdens het vrije debat en zelfs daar beperkt hij zich tot het bepalen wie het woord mag voeren. Deze insteek verdient de voorkeur omdat het een debat is tussen de lijsttrekkers. Mits het onderwerp waarover gedebatteerd wordt maar helder en afgebakend is en er duidelijke regels zijn over de vorm kan de gespreksleider volstaan met het verdelen van de spreektijd.
Uiteraard is het zo dat het vertrekpunt van de Nederlandse debatten veel complexer is dan aan de andere kant van het Kanaal. Het maakt nogal wat uit of je drie of acht lijsttrekkers op het podium hebt. Toch is dat juist de voornaamste reden om veel aandacht te besteden aan de vorm waarin je het debat giet. Verkiezingsdebatten spelen een belangrijke rol in de uiteindelijk keuze van heel veel mensen. Het is in ons aller belang dat deze keuze zoveel mogelijk gemaakt wordt op basis van een inhoudelijke afweging van argumenten in plaats van op basis van de mooiste oneliner in een spectaculair maar niet te volgen debat.
Roderik van Grieken
Oprichter en directeur van het Nederlands Debat Instituut
Het debatinstituut publiceerde eerder twee korte analyses na afloop van de debatten. Klik hier voor het eerste debat. Klik hier voor het tweede debat.


