Afgelopen zaterdag sprak Wouter Bos op het PvdA congres duidelijke taal; zijn partij zal nooit met de PVV in één kabinet zitten. Eerder gaf Geert Wilders al aan GroenLinks uit te sluiten als regeringspartner. Begrijpelijke taal van politici die op zoek zijn naar de gunst van de kiezer. Bedenkelijke taal uit de mond van belangrijke representanten van onze parlementaire democratie. Beide heren zagen aan een belangrijke pijler van het democratisch debat.
Laat ik voorop stellen dat het belangrijk is dat deelnemers aan het politieke debat zich zo duidelijk mogelijk uitspreken over waar hun partij voor staat en met name waar dit standpunt verschilt van dat van andere partijen. Het vertrekpunt van ieder debat is een meningsverschil en juist dit meningsverschil moet zo inzichtelijk mogelijk gemaakt worden. Hierdoor wordt de burger maximaal gefaciliteerd om een eigen afweging en keuze te maken tussen partijen. Zolang niet duidelijk is wat de verschillen zijn tussen partijen kan de kiezer geen gewogen keuze op de inhoud maken en zal hij zich nog meer dan sowiesof het geval is laten leiden door elementen als persoonlijkheid en presentatie. Duidelijke taal wordt over het algemeen dan ook beloond door de kiezer. Neem de Europese verkiezingen eerder dit jaar. D66 was uitgesproken vóór Europa, de PVV uitgesproken tegen. Beiden kwamen als winnaars uit de bus ten opzichte van de andere partijen die zich genuanceerder uitlieten. Hoewel het causale verband niet te bewijzen is durf ik te stellen dat deze duidelijke taal een belangrijke rol heeft gespeeld in de winst.
In die zin valt de duidelijke boodschap van Bos en Wilders dan ook te prijzen; hun boodschap is glashelder en biedt de kiezer houvast. Toch heb ik in dit geval grote moeite met deze stelligheid omdat het volgens mij een fundamenteel vertrekpunt van het democratisch debat ondermijnt: serieuze aandacht en interesse voor andere standpunten en de bereidheid je op kracht van argumenten te laten overtuigen. Zeker wanneer het een standpunt van een aanzienlijk deel van de bevolking betreft. Door aan het begin van het verkiezingsdebat aan te geven dat je samenwerking met een andere partij hoe dan ook uitsluit keer je je feitelijk af van deze groep en dat is niet wenselijk. Zeker in een land waar het bekend is dat partijen sowieso na de verkiezingen water bij de wijn zullen moeten doen om een coalitie te kunnen vormen. Tijdens de campagne is het goed en functioneel dat partijen zich scherp tegen elkaar afzetten om duidelijkheid te bieden aan de kiezer. Je kunt ook expliciet aangeven dat het op bepaalde punten welhaast onmogelijk zal zijn om samen te werken. Maar door expliciet vooraf uit te sluiten dat je met een bepaalde partij gaat regeren toon je disrespect voor het standpunt van een (aanzienlijk) deel van de bevolking.
Een democraat hoort altijd naar andere standpunten te luisteren, ze kritisch te toetsen en bereid te zijn zich te laten overtuigen. Dat de kans op dit laatste in de praktijk in sommige gevallen zeer klein is doet hier niets aan af. Op basis van de uitslag van verkiezingen hebben partijen de plicht om serieus met elkaar te onderzoeken welke coalities wenselijk en haalbaar zijn. Uiteraard is het een reële verwachting dat al heel snel blijkt dat de combinatie PvdA-PVV niet haalbaar is. Het is dan aan partijen om aan de burger uit te leggen waar en waarom het niet mogelijk is om tot elkaar te komen. Via deze weg wordt met elkaar besloten dat een samenwerking er niet in zit. Dat is een belangrijk verschil met een eenzijdige afwijzing. Als een deel van de bevolking het gevoel heeft buiten gesloten te worden door anderen waarom zou deze groep dan de standpunten en besluiten van die andere groepen wel accepteren? Hier ligt mijns inziens een belangrijk beginsel van de democratie. De bereidheid van de minderheid om de besluiten van de meerderheid te accepteren. Een voorwaarde voor deze bereidheid is gelegen in het feit dat je je serieus genomen voelt.
Conclusie moet dan ook zijn dat het goed is dat politici zich in de aanloop naar verkiezingen scherp tegenover elkaar opstellen maar dat ze elkaar nooit op voorhand moeten afwijzen. Uitsluiten is uitgesloten!
Roderik van Grieken, directeur Nederlands Debat Instituut


