Nederland kan zich opmaken voor een extra reeks verkiezingsdebatten de komende maanden. De eerste twee lijsttrekkersdebatten van dit jaar gaven een slecht voorbeeld. Het kan en moet veel beter.
Met de val van het kabinet Balkenende IV kan Nederland zich opmaken voor een extra reeks verkiezingsdebatten de komende maanden. Juist in het huidige instabiele politieke en maatschappelijke klimaat gecombineerd met de ongeëvenaarde bezuinigingsopdracht die voor ons ligt is het van belang dat de kiezer maximaal geholpen wordt om een gewogen keuze te maken bij wie zijn stem krijgt op lokaal en landelijk niveau. De eerste twee lijsttrekkersdebatten van dit jaar (Radio 1 en de NOS) gaven een slecht voorbeeld. Het kan en moet veel beter.
Het voorbereiden van een verkiezingsdebat begint met het realiseren wat het doel van dit debat is: het duidelijk maken aan de kiezer wat de standpunten van de deelnemende politieke partijen zijn inzake belangrijke vraagstukken, waar deze standpunten van elkaar verschillen en waarom. Het goed inzicht aan de kiezer bieden over deze punten biedt hem de noodzakelijke informatie om een inhoudelijk gewogen keuze te kunnen maken op de verkiezingsdag. De meeste verkiezingsdebatten voldoen helaas niet aan deze criteria wat bijdraagt aan de teleurstelling en irritatie ten opzichte van de politiek. Wat ze zien is een kakofonie aan oneliners, interrupties, jargon en structuurloos geroep van lijsttrekkers. Hierdoor kan men vaak niet veel meer dan een oordeel geven over de presentatie- en debattechniek van de deelnemers in plaats van dat er een verdiepend inzicht over de mogelijke keuzes ontstaat.
Hoofdschuldigen zijn niet de politici maar de gespreksleiders en hun redacties. Gespreksleiders komen vaak niet verder dan het in de groep gooien van een thema waarna de politici strijden om wie het mooiste het algemeen gedeelde gevoel van Nederland kan verwoorden. Soms spectaculair maar zelden constructief. Het thema ‘Veiligheid’ leidt bijvoorbeeld steevast tot het overschreeuwen van het gedeelde standpunt dat er niet bezuinigd mag worden op ‘blauw op straat’ en dat er vooral gesneden moet worden in de bureaucratie bij de politie. Indien mogelijk wordt de politieke tegenstander ingewreven dat hij nu juist wel wil snijden in ‘blauw op straat’.
Voor het favoriete thema ‘Integratie’ geldt hetzelfde. Iedereen is anno 2010 voor het hard aanpakken van (Marokkaanse) criminele jongeren en deelt met uitzondering van de PVV in grote lijnen hoe integratie bevorderd moet worden. Dit debatthema leidt dan ook steevast tot een wedstrijd Wilders versus de rest waarbij ‘de rest’ ieder voor zich probeert Wilders zo scherp mogelijk weg te zetten. Debattechnisch is Wilders in deze strijd bijna altijd de winnaar. Waarom? Omdat hij zich duidelijk weet te onderscheiden van de andere partijen en dat is precies waar de kiezer naar op zoek is: een duidelijke keuze tussen twee opties. Ben je uiterst kritisch over de Islam dan is het stemmen op Wilders een reële en duidelijke optie. Denk je genuanceerder over dit onderwerp dan is er een veelheid aan partijen waar je terecht kunt.
Het is de taak van de gespreksleider van een debat om door middel van goede vraagstelling aan de politici de keuzeopties voor de kiezer zo helder mogelijk te maken waarbij het niet zo moet zijn dat alle partijen op één na hetzelfde antwoord geven. Dit is buitengewoon moeilijk maar wel mogelijk. Leg lijsttrekkers heldere en voor de kiezer begrijpelijke keuzes voor en dwing ze vervolgens om hier antwoord op te geven. Voor de gemeenteraadsverkiezingen zou aan de lijsttrekkers bijvoorbeeld de vraag kunnen worden voorgelegd: ‘Is het verhogen van de onroerend zaakbelasting voor uw partij een optie?’ nadat de gespreksleider eerst kort en objectief de achtergrond en relevantie van deze vraag heeft uitgelegd. Nadat deze vraag is gesteld is het aan de gespreksleider om de politici bij de beantwoording van de vraag te houden.
Hier ligt de grootste uitdaging. Ervaren en goed voorbereid als politici zijn gebruiken zij doorgaans iedere vraag als aanknopingspunt om een boodschap te verkondigen die zij graag voor het voetlicht willen brengen. Vaak heeft deze boodschap weinig tot niets met de vraag te maken. Vanuit het perspectief van de politicus is dit begrijpelijk. Hij wil in de beperkte tijd die hij tot zijn beschikking heeft maximaal zijn stokpaarden berijden om de kiezersgunst te krijgen. Maar doordat iedere deelnemer met dezelfde missie bezig is is een strakke regie nodig. Niet de politicus hoort centraal te staan maar de kiezer! Vandaar dat de gespreksleider streng en objectief regie moet voeren en concrete beantwoording van vragen/keuzes moet afdwingen zodat de kiezer een helder beeld krijgt.
Tijdens de komende landelijke verkiezingen zullen naar alle waarschijnlijkheid de gigantische jaarlijkse bezuinigingen van € 35 miljard per jaar centraal staan. Een debat over dit thema kan beginnen met een kort rondje waarin de vraag centraal staat of partijen het noodzakelijk vinden om dit bedrag jaarlijks te bezuinigen of dat het begrotingstekort mag oplopen (‘ja of nee’). Dertig seconde per partij is voldoende om hier een kort en helder antwoord op te geven waarbij de tijdwaarneming strikt gehanteerd moet worden. Nadat op basis van deze eerste ronde twee kampen zijn ontstaan die fysiek ook tegenover elkaar worden geplaatst kan een kort debat tussen beide groepen plaatsvinden over deze vraag (en geen andere!). Dit debat kan gevolgd worden door aan alle partijen de vraag voor te leggen welk ministerie bij de bezuinigingen het meest ontzien moet worden. Alternatief is de vraag waar het meest bezuinigd kan worden. Beide vragen bieden alle deelnemers aan het debat een mooie kans om zichzelf te positioneren.
Wordt door middel van deze vraagstelling de complexiteit van politieke keuzes geweld aan gedaan? Jazeker. Maar dat zal de gemiddelde kiezer ook duidelijk zijn. Die wordt overigens ook gedwongen om op de verkiezingsdag één hokje rood te maken terwijl hij er wellicht twee of drie zou willen aanvinken. Verkiezingsdebatten zijn er voor om verschillen in principes en keuzes uit te vergroten; uit meningsverschillen ontspringt de waarheid!
De crux van deze voorbereiding zit hem op de eerste plaats in een goede voorbereiding. Wat zijn scherpe en duidelijke keuzevragen die de kiezer inzicht bieden? Deze voorbereiding moet gevolgd worden door een strakke regie tijdens het debat waarbij het vertrekpunt is dat de politici er zijn om het debat te dienen en niet vice versa!
Roderik van Grieken
Het debatinstituut analyseerde eerder het NOS lijsttrekkersdebat van 15 februari 2010. Naar aanleiding hiervan was Roderik van Grieken ten gast bij NOVA/ Den Haag vandaag. Donatello Piras besprak het debat bij BNR Nieuwsradio.


