Maar dan moet er wel aandacht voor zijn in het onderwijs Door Obama staat de kunst van het spreken weer in de belangstelling maar is dat wel zo simpel? “Ja,” zegt Donatello Piras van het Nederlands Debat Instituut, ”maar dan wel via het onderwijs”.
Spreken leert men door te spreken. Deze wijsheid van de Romeinse spreker en schrijver Cicero is anno 2009 misschien nog wel meer nodig dan in de Romeinse tijd. Want toen was de retorica nog goed vertegenwoordigd. Alleen toen was het slechts weggelegd voor theologen en advocaten. Tegenwoordig is de kunst van het spreken bezig aan een opmars. En dat is maar goed ook want onze samenleving heeft meer behoefte dan ooit aan mensen die op een goede manier communiceren. Maar we moeten van ver komen in Nederland.
Marc Chavannes zei het zo in NRC Handelsblad op 25 januari jl: “Geleidelijk maakt dit land van zwijgers en mopperaars zich een iets meer verbale cultuur eigen. Alleen al door de blootstelling aan Angelsaksische welsprekendheid en de veelheid aan tv-praaturen groeit het aantal mensen dat de publieke zaak helder kan bespreken. Met alle ongeschreven regels van charismagebruik. Retorica is spannend en nuttig. Oefenen op school. Beoefenen in het parlement en op het plein.” Als grote voorbeeld voor hoe we in Nederland snel Obama achterna kunnen. Toch is daar meer voor nodig. Allereerst een professionele benadering van dezelfde retorica. Want met de ongeschreven regels van charismagebruik kun je niets, met retorica wel. Toch gaat het vaak over charisma.
In september 2008 verscheen er in de Esquire een coverstory van de hand van de vooraanstaande Amerikaanse journalist Charles. P. Pierce. In 2000 volgde hij al de campagne van John McCain en afgelopen verkiezingsstrijd ging hij kijken bij Obama. In zijn artikel beschrijft hij vooral het charisma van Obama. Pierce beschrijft feilloos het effect dat Obama heeft bij het publiek tijdens de campagne. Hij vergeet echter te benoemen waarom hij dit effect heeft. Dat is natuurlijk altijd een combinatie van factoren. Van inhoud en vorm. Van achtergrond en kennis. Van welsprekendheid en argumentatie. Maar het is wel mogelijk om te benoemen waarom Barack Obama zo’n succes heeft.
Als we niet leren om te zien en te herkennen wanneer iemand goed is en waarom iemand het gewenste effect bereikt bij een publiek, zal de kunst van de welsprekendheid in Nederland altijd met argusogen worden bekeken. Want als we er niet in slagen om het weg te trekken uit de vage zone van de Griekse en Romeinse grootheden en af en toe een Amerikaanse president, zal geen scholier in Nederland beseffen dat dit voor de meeste mensen is weggelegd. En dat is een slechte ontwikkeling voor de gehele samenleving.
De kunst van het spreken is allereerst iets waar bijna iedere inwoner van Nederland iets aan heeft. Natuurlijk is het het meest belangrijke wapen van politici, CEO’s en Consultants. Maar ook de automonteur, de kapper en de supervisor bij het Callcenter zijn er bij gebaat. Retorica is niet hetzelfde als charisma. Het laatste is een irrationele aantrekkingskracht van personen op andere personen. Retorica laat zich goed omschrijven en onderwijzen. Het staat bekend om de kunst van de welsprekendheid maar in bredere zin gaat het om mondelinge en soms ook schriftelijke overtuigingskracht. Ooit bittere noodzaak in politiek en rechtspraak maar in onze huidige samenleving een voorwaarde voor bijna iedere professional en vrijwilliger die wil overtuigen. Uiteindelijk wil iedereen overtuigend zijn. Denk hierbij aan een belangenbehartiger die in zijn gemeente wil opkomen voor de belangen van de gehandicapten. Dan kun je maar beter goed uit je woorden komen in de gemeenteraad bij de wethouder en in het overleg met de winkeliersvereniging. Dit bewijst dat retorica niet een academische knuffeltheorie is maar een middel om in onze huidige, mondige multimediasamenleving te kunnen overtuigen. Sterker: een voorwaarde om de samenleving goed draaiende te houden.
Hiervoor is het wel noodzakelijk dat we het uit het elitaire circuit trekken. Dus niet alleen maar dwepen met Cicero, Quintilianus en Aristoteles maar noem ook voorbeelden van hedendaagse mensen die goed uit hun woorden komen. Ook als dat Yolante Cabau van Casbergen is of Geert Wilders of de docent van de eigen school. Alleen met eigen helden in de nabije omgeving wordt het tastbaar voor jongeren in het huidige onderwijs.
Daarnaast moet er in het onderwijs ruim aandacht zijn voor spreken, debatteren en discussiëren. Van de basisschool via het kringgesprek tot presentaties op het HBO en Universiteit. In alle lagen van het onderwijs is nog onvoldoende aandacht voor de mondelinge uitdrukkingsvaardigheden van leerlingen en studenten. Vaak met een smoes dat het niet in het curriculum past of dat de vaardigheden in het werkveld wel worden aangeleerd. Dat is twee keer fout. Tijdens ieder vak kan een docent oefenen met mondelinge vaardigheden. Er zijn inmiddels scholen genoeg die debatteren gebruiken als examenvak bij Nederlands of die tijdens Biologie of Maatschappijleer discussiëren over actuele onderwerpen. Juist wanneer het ligt besloten in andere vakken bewijst de retorica haar meerwaarde. En meer en meer werkgevers verwachten van de sollicitant ‘uitdrukkelijke mondelings uitdrukkingsvaardigheid’.
Tot slot vraagt het ook een andere houding van de media en de journalisten. Want een goede beoordeling van onze politici in Den Haag is een plicht van iedere Haagse verslaggever. Die beoordeling moet de inhoud behandelen, dat is het belangrijkste. Maar in die beoordeling moet ook aandacht zijn voor de vorm. Zodat we in Nederland op school en op straat een goed beeld hebben van de stand van de welsprekendheid in het parlement. En dan kunnen we uitkijken naar een generatie die niet alleen in staat is om sociaal met elkaar om te gaan en te kunnen multitasken maar dan is de komende generatie ook de meest welsprekende van de afgelopen eeuwen: een mooi vooruitzicht.
Donatello Piras
Hoofdtrainer en debatleider
Nederlands Debat Instituut


