Het centrale thema van een debat dient te worden teruggebracht tot een aantal stellingen en reservestellingen; de kapstok van en voorwaarde voor een goed debat. Voor een goed debat moeten de stellingen 'debatable', aantrekkelijk en technisch in overeenstemming zijn met de gekozen debatvorm, zodat de inhoud optimaal tot zijn recht komt.
Lees meer...

De eerste minuut van een speech is cruciaal voor de overtuigingskracht van de spreker. De belangrijkste taak van de spreker in deze eerste minuut is de welwillende aandacht van zijn publiek te trekken.
Er is een Duits spreekwoord dat zegt dat als blikken niet kunnen overtuigen, woorden dat al helemaal niet kunnen. Kijk het publiek aan als je wilt overtuigen. Maak oogcontact met het publiek. Haal je ogen van het papier spiekbriefje en kijk rond. Weet dat bij een presentatie altijd publiek is. Richt je betoog dan ook op hen.
Ga als spreker uit van je eigen kracht. Ga geen rol spelen, niet geforceerd over het podium lopen of overdreven grappen maken. De Romeinen wisten al dat aptum, passendheid, onderdeel is van het scala van overtuigingsmogelijkheden. Dat betekent dat de manier waarop je de boodschap brengt in overeenstemming moet zijn met jezelf met het onderwerp maar ook met je publiek.


Wie stelt, moet bewijzen. Dit aloude adagium was al geldig bij de Romeinen. En nog steeds geldt het in Nederland als rechtsprincipe. In een goed debat is het een van de belangrijkste regels: wie iets stelt, moet dat ook onderbouwen.

Een stelling is altijd kort en krachtig geformuleerd. Soms is de stelling ook gegoten in de vorm van een spreekwoord, metafoor of vergelijking. Hoewel een stelling altijd meteen de kern van het onderwerp moet raken, kan het zo zijn dat niet voor iedereen meteen duidelijk is wat de argumenten voor en tegen die stelling kunnen zijn. Het inzetten van debataanjagers helpt de deelnemers aan het debat op weg.