Respect is een veel gebruikt woord. Moet je nu respect hebben voor iemand waar je het volledig mee oneens bent? Of het moet, is een tweede maar het is vaak wel verstandig. Vooral in debatten, vergaderingen of op de werkvloer. Maar hoe ga je met respect om als je wel fel en overtuigend wilt zijn?
Je kunt respect opbrengen voor een heleboel zaken. Zo kun je rechten en eigendommen respecteren. In de praktijk betekent dit vaak dat je de rechten niet schendt en dat je van iemand zijn eigendommen afblijft. Daarnaast bestaat er zoiets als respect voor iemands opvatting. Dat betekent in deze context vaak dat je je opponent in zijn waarde laat en laat spreken ongeacht of je zijn standpunten deelt. Of om de verlichte denker Voltaire aan te halen: “Ik ben het oneens met wat u zegt, maar ik zal tot de dood uw recht verdedigen om het te zeggen”.
Maar de vraag rijst of dit wel zo is. Immers je zou kunnen zeggen dat je respect moet verdienen. Dit standpunt wordt de laatste jaren vaker gehoord met name bij jongeren en wordt mede gevoed door de populaire straatcultuur en de muziekcultuur waar rappers respect meer gebruiken als synoniem voor ontzag en aanzien. In de debatwereld maar ook in de retorica gaat het niet om verdienen maar behandel je je opponent altijd met respect. Je spreekt over je ‘onvolprezen tegenstander’ en richt je in het betoog tot de toehoorder of de jury en zelden tot de opponent zelf. Dit komt voort uit het diepgewortelde principe van ‘we agree to disagree’. Het is dan ook logisch dat sprekers hun betoog richten tot anderen dan hun opponenten. Maar de laatste tijd lijkt wel alsof dit principe op de werkvloer en in de politieke arena steeds vaker uit het zicht verdwijnt. Het is in ieder geval een onderwerp van discussie zoals ook blijkt op het blog van NRC Next.
Een oude Bijbelse wijsheid luidt: “Wie zijn tong in toom houdt, bespaart zich in zijn leven allerlei ellende (Spreuken 21:23)”. Nu moet je ieder onderwerp kunnen bespreken en zeker niet argumenten inslikken. Het principe dat alles bespreekbaar moet zijn, is een belangrijk uitgangspunt. Zowel in de politiek, in het onderwijs en in de totale maatschappij. Want daardoor blijven gevoelige zaken besproken en verdwijnen ze niet onder de oppervlakte. Dat betekent niet dat je ook alles maar moet kunnen zeggen. Het gaat erom dat je je, in dienst van een goed debat of een prettige vergadering houdt aan een aantal spelregels. Soms spreken deelnemers aan een vergadering die zelf af. Dat is zo in de Tweede Kamer en in de gemeenteraad. Soms zijn ze van te voren bepaald zoals bij debattoernooien. En als ze er niet zijn, gelden vaak de algemene regels voor een goed debat.
En respect voor de tegenstander is een belangrijk uitgangspunt om te omarmen. Dit komt onder meer tot uiting in de regel dat je wel de bal mag spelen maar niet de man. Anders maak je je schuldig aan de bekende drogreden ‘ad hominem’. En vooral hier zijn legio voorbeelden waar deze regel wordt geschonden. Wat te denken van het debat tussen Marcel van Dam en Pim Fortuyn in het Tv-programma het Lagerhuis of tijdens debatten in de Tweede Kamer tussen Wilders en Balkenende.
Wie zich in een vergadering of debat niet houdt aan de algemene discussieregels kan door de groep gedwongen worden om hieraan mee te doen door de spreker geen spreektijd te geven. Pas wanneer de spreker zich weer wenst te houden aan de algemene afspraken die zijn afgesproken kan hij weer meedoen aan de vergadering. In de praktijk stuit dit vaak op moeilijkheden. Zo kan een raadslid zich niet houden aan de regels in de gemeenteraad. Als eerste hoort de voorzitter van de raad hier iets van te zeggen maar, net zo belangrijk, ook de overige deelnemers in de vergadering hebben minstens een deelverantwoordelijkheid om de ‘orde’ te handhaven. Wanneer de belangen groter zijn, is het nog moeilijker. Een goed voorbeeld hier van is Geert Wilders die zich in de Kamer vaak onttrekt aan de algemene spelregels van een goed debat. Toch kun je iemand zelden dwingen om respect op te brengen voor de tegenstander.
En toch wordt geadviseerd om dit wel te doen. Want met respect in het debat is meer gediend dan alleen de vergaderorde. Het gaat hier om het feit dat het debat vaak een methode is in een vergadering om te komen tot besluiten. En goede besluiten ontstaan vaak nadat er uitvoerig over is gedebatteerd en alle mogelijke argumenten zijn gehoord en kritisch getoetst. Een dergelijk debat kan alleen gevoerd worden wanneer alle deelnemers zich houden aan de regels voor goede communicatie in het algemeen en voor het debat in het bijzonder. Alleen dan krijgen we betere debatten in het onderwijs, media en politiek. En om Mr. A.W.H. Docters van Leeuwen aan te halen: “het debat is de zuurstof van de democratie”.


