Welke partij krijgt haar denkbeelden het beste tussen onze oren? We zitten midden in de verkiezingscampagne en daar horen ook de debatten bij. Hoe krijg je als politicus je standpunten het beste tussen de oren van de kiezer? Drie belangrijke tips om het onderwerp te agenderen.
De debatten in het land kenmerken zich vaak door slechte formats waarbij politici hun best moeten doen om aan het woord te komen. Maar ook in goed geregisseerde debatten heeft de deelnemer weinig tijd. Dat betekent dat je verantwoordelijk bent voor een duidelijke vertolking van de kernboodschap. Dit is belangrijk omdat bij debatten veelal media aanwezig is en die nemen vooral nieuwswaardige en duidelijke feiten over.
Volgens de agendasettings theorie is de massamedia verantwoordelijk voor het agenderen van het nieuws bij het grote publiek. Kortom: wil je het grote publiek bereiken via debatten in het land, maar ook op televisie, dan moet je ervoor zorgen dat je een helder en duidelijke kernboodschap hebt. Goede voorbeelden hiervan zijn: “niet meer betalen in de zorg” (SP), “handen af van de hypotheekrenteaftrek”(CDA,VVD) en “hervorming van de woningmarkt” (D66).
Het Carré-debat van 26 mei jl. had bijvoorbeeld 1,5 miljoen televisiekijkers. Verder hoorden de Nederlanders erover via kanalen als Twitter, dagbladen, radio en andere televisiezenders. Vrijwel alle overige kanalen maken zelf een selectie van de meest belangrijke punten uit het Carré-debat. En wat horen we dan? Inderdaad de meest duidelijke punten van de politici die de agenda weten te bepalen.
Ten tweede is het belangrijk dat je in de aanval moet zijn en niet in de verdediging. Zelden krijg je de gelegenheid om je meest belangrijke punt duidelijk te maken wanneer je nog antwoord geeft op een andere vraag. Daarom is het belangrijk om zelf een vraag te stellen aan je politieke opponent. Of in een reactie op het thema of de stelling te zorgen dat vooral jouw punt in het debat wordt meegenomen. Dit doe je door het argument zelf te noemen. En wanneer je in de verdediging bent, is er nog geen man overboord. Zorg ervoor dat je jouw antwoord ombuigt en het initiatief weer neemt. Een goed voorbeeld was Mark Rutte (VVD) die in het afgelopen Carré-debat meerdere malen werd aangevallen. Bijna altijd wist hij zijn antwoord om te buigen tot een standpunt of een concrete tegenvraag. Daardoor werden de VVD standpunten duidelijk.
Tot slot moet je de rode draad zelf bewaken. Je opponenten hebben ook een agenda en zullen proberen om zoveel mogelijk spreektijd op te eisen. Aan de debatleider de zware taak om in een debat de orde te bewaken en de spreektijden eerlijk te verdelen. Dat betekent dat je na een vraag niet uitgebreid antwoord moet geven. Dan ben je bezig met het standpunt van je tegenstander. Leuk voor hem of haar, minder voor jouw partij. Bewaak daarom continu de rode draad en zorg dat je interrupties en vragen krachtig, helder en ook kort beantwoordt maar niet zonder je eigen kernboodschap erin mee te nemen. Zie hier onze debattip: bewaak de rode draad.
Kortom: een advies voor de rest van de campagne aan alle politici van de partijen: wees agendasettend en eigen je de belangrijkste onderwerpen toe. Dit was de reden dat het Nederlands Debat Instituut Balkenende in het 1e radiodebat en Rutte het Premiersdebat en Carré-debat liet winnen. Zij slaagden er het meeste in om onderwerpen toe te eigenen en daardoor debat en de ‘buzz’ in de media te bepalen.


