De beste speech op Super Tuesday

Afdrukken

super_tuesday_klein.jpgTijdens Super Tuesday waren er in 24 staten voorverkiezingen. En dus waren daar ook de onvermijdelijke ‘victory speeches’ van de kandidaten. Wie was hier het meest overtuigend? Barack Obama, Hillary Clinton of John McCain? We pikten deze drie kandidaten eruit en keken naar hun voordracht.

De Romeinse redenaar Cicero zei het al eens: “De voordracht – ik herhaal het – geeft bij het spreken de doorslag”. En wij zeggen het hem graag na. Je kunt een voortreffelijk verhaal hebben, met dito argumenten en een geweldige structuur. Als je het niet weet te brengen dan ben je nergens. Als ze ergens zijn doordrongen van dit principe dan is het wel in de Verenigde Staten. En een politieke toespraak voor eigen supporters is een goede gelegenheid om eens flink uit te pakken: er staat welwillend publiek te applaudisseren en je kunt als spreker alle registers opentrekken.

De structuur van de drie presidentskandidaten was redelijk gelijk. Alle drie bedankten ze hun dierbaren, herdachten ze de slachtoffers van de storm en prezen ze hun toehoorders. Alleen de volgorde was soms anders. Het gebruik van stilistisch taalgebruik is ook geen van drieën vreemd. McCain bedient zich graag en veelvuldig van diverse vormen van humor zoals ironie en understatements, Clinton hanteert graag de drieslag maar Obama spant hier de kroon met herhalingen, vergelijkingen, antithesen, de exclamatie en de paradox. En dat is nog slechts een greep uit zijn retorische hoogstandjes. Zelfs op zijn website hanteert hij een slogan die doet denken aan een andere illustere democratische voorganger; J.F. Kennedy wanneer hij opent met: “I’m asking you to believe. Not just in my ability to bring real change in Washington…I’m asking you to believe in yours”.

Als we dan naar de voordracht zelf kijken zien we verschillende stijlen. Een belangrijke regel bij een goede spreker, man of vrouw, luidt: blijf zo dicht mogelijk bij jezelf. Bij de voordracht of presentatie is allereerst het gebruik van de stem belangrijk. Spreek je monotoon of maak je juist gebruik van intonatie, accenten en stiltes. McCain gebruikt zijn stem goed maar door zijn vaak rustige manier van praten komt het gedecideerd over maar niet met de kracht van een politieke overwinningsspeech. Het lijkt meer alsof hij een groep campagnemedewerkers toespreekt. De intonatie is goed en hij wacht het applaus goed af zodat hij niet, ongewilde, stemverheffingen moet gebruiken om zijn speech door te zetten. Een effectief gebruik van stiltes dus. Hillary gebruikt haar stem ook goed, zij het af en toe ongecontroleerd. Dat komt omdat een vrouw in de hoge regionen een schellere stem heeft. Over het algemeen spreekt Hillary Clinton op een neutrale manier. Pas als zij door het applaus heen probeert te breken gaat haar stem in overdrive. Mannen kunnen dit, helaas, beter hebben dan vrouwen. Ons gehoor vindt een warme donkere stem vaak prettiger. Als ervaren en geoefend spreker is Clinton gewend om haar stem laag te houden en daar te spelen met intonatie. Toch zou ze, door stil te blijven tot het einde van het applaus, nog effectiever hiermee om kunnen gaan. Haar gebaren zijn bedeesd maar soms dwangmatig, zoals wanneer ze haar gehoor maant tot stilte en net iets te driftig wuift. En tot slot Obama. Hij combineert het goede van McCain en Clinton. Hij maakt zeer effectief gebruik van zijn stem. Spreekt krachtig maar niet te luid, wacht applausmomenten volledig af, zodat hij niet overschreeuwd en ondersteunt zijn verhaal, waar nodig, met gebaren.

Wanneer we het oogcontact nader bekijken bij de drie kandidaten zijn de verschillen duidelijker. Terwijl Obama constant iedereen betrekt bij zijn verhaal, neigen Clinton en McCain meer naar de focus. Clinton kijkt vaak naar haar aantekeningen op het katheder. Dat is niet erg maar in vergelijking met Obama en McCain mist ze daardoor veel contactmomenten met haar publiek. McCain houdt het klein maar schept daardoor het gevoel van intimiteit: “ik ben hier om een goed verhaal met jullie te delen”. Obama daarentegen lijkt er een gedragen en emotioneel moment van te maken door zijn manier van het betrekken van de toehoorder bij zijn speech.

Een ander belangrijk aspect in een dergelijke voordracht is de gezichtsuitdrukking. McCain wisselt serieuze blikken af met zeer veel glimlach en staat soms schaterlachend op het podium. Clinton heeft een aimabele, vriendelijke blik en glimlacht ook veel. Het enige storende is haar inmiddels befaamde blik waarbij ze met uitpuilende ogen lacht, verbaasd is of verrast. Obama doet het anders. Hij begeleidt zijn woorden telkens met een inspannende blik die serieus is. Wanneer hij zijn punt gemaakt heeft, wacht hij het applaus af terwijl hij met een vastberaden en indringende blik het publiek inkijkt. Om vervolgens met een simpel handgebaar om stilte te vragen en weer door te gaan met het volgende statement. Het ritme in de speeches is dus anders. En hoewel Obama veruit de langste speech houdt, blijft hij het meest boeien. McCain houdt het kort, krachtig en vooral luchtig en Clinton combineert de inhoud met een aantal loftuitingen richting haar toehoorders. Bij Obama zit de toehoorder in een cadans. Bijna zoals bij Martin Luther King en zoals ook ex-president Bill Clinton tijdens goede momenten. En die cadans neemt je mee en zorgt ervoor dat je de tijd haast vergeet.

De conclusie moet dus luiden; alle sprekers zijn aan elkaar gewaagd op het gebied van de voordacht. Dat is niet verbazingwekkend gezien hun CV’s en ervaring als politicus. Toch kun je zeggen dat de meest overtuigende spreker degene is die natuurlijk lijkt te spreken, krachtig overkomt en een hoge mate van charisma heeft. Dat is Senator Barack Obama. Hij gebruikt zijn stem het beste, maakt effectief gebruik van stiltes, maakt op een natuurlijke manier oogcontact en zijn gebaren ondersteunen, waar nodig, zijn verhaal. Maar bovenal blijft hij dichtbij zichzelf en is hij zijn eigen argument. Hij is de verpersoonlijking van Change, van verandering ook op het podium.

Deze waarnemingen gelden overigens voor deze politieke toespraak voor een welwillend gehoor. In andere settings moeten de argumenten, de vorm en de presentatie worden afgestemd op de toehoorder en de gelegenheid. In een volgende reeks bespreken we hier een debat tussen de republikeinen en de democraten. Wat valt daar op en is Obama daar net zo overtuigend of komen zijn retorische vaardigheden daar minder van pas? We zijn benieuwd naar een volgende krachtmeting tijdens een debat.

Donatello Piras
Hoofdtrainer, debatleider en presentator Nederlands Debat Instituut

Voor meer informatie en de cursus ‘Overtuigend spreken in het openbaar’ klikt u hier

FacebookGoogle BookmarksLinkedinTwitter