Het meest besproken debat van afgelopen week was het gesprek tussen Pieter Storms en Jort Kelder in De Wereld Draait Door. De sensatie kwam vooral door de persoonlijke aanvallen die over en weer gingen. Dit is debattechnisch een interessant fenomeen, omdat het gebruik ervan soms drogredelijk is en soms niet. Was het gebruik ervan in de discussie tussen Kelder en Storms nu ‘volgens de regels’ of niet?
Een middel dat vaak – al dan niet onbewust - door sprekers wordt gebruikt om toehoorders te overtuigen, is de ‘bedrieglijke redenering’ ofwel de drogreden. Drogredenen zijn vaak zeer effectief. Maar alhoewel ze de schijn van redelijkheid hebben, zijn ze argumentatief gezien eigenlijk niet zuiver. In ieder debat of discussie is het dus handig deze trucjes te herkennen en te weerleggen, om zo het gesprek weer terug te brengen naar een manier om het meningsverschil op een redelijke manier op te lossen.
Een van de bekendste drogredenen is de argumentum ad hominem. Dit is het geval wanneer een persoonlijke aanval wordt gebruikt om de tegenstander te diskwalificeren als ‘waardige gesprekspartner’, alsof hij geen recht van spreken zou hebben. Voorbeeld: “Je moet Hendrik niet geloven als hij zegt dat er een God is, want hij heeft niet eens een baan.” Een aanval op de persoon van de tegenpartij kan, vooral bij een weinig kritisch publiek, heel effectief zijn.
Een complicatie bij de analyse is echter dat iets onaardigs over iemand zeggen niet per definitie een argumentum ad hominem is, het kan ook gewoon een redelijk argument zijn. Neem de volgende uitspraak: "Tom is een sukkel, want hij doet alsof hij je mag, maar achter je rug om zit hij aan een stuk door over je te roddelen." Wie het standpunt wil verdedigen dat Tom een sukkel is, kan moeilijk anders dan een negatieve karaktertrek van Tom noemen. Dat is op zichzelf nog helemaal geen drogreden. Zo is het ook niet drogredelijk om te zeggen dat je broertje niet in je auto mag rijden, ‘omdat hij niet kan autorijden’ als je dit kan beargumenteren met het feit dat hij jouw auto al twee keer total loss heeft gereden.
Nu naar het fragment in De Wereld Draait Door van dinsdag. De stelling van het oorspronkelijke debat was dat het slecht gesteld was met de kwaliteit van de journalistiek in Nederland. Pieter Storms wilde dat onderbouwen met een voorbeeld (zogenaamde kenteken-argumentatie) van de journalistieke werkwijze van Kelder en zijn gebruik van anonieme bronnen. Zonder in dit artikel erop in te gaan of zijn voorbeeld inderdaad steekhoudend was, is deze persoonlijke aanval gerechtvaardigd, omdat de casus van het blad Quote en diens insinuaties over ‘sm-meesteres Brink’ voor Storms als voorbeeld dient ter verdediging van het standpunt. Het is daarom geen argumentum ad hominem. Of het een zwak of sterk argument was, is een andere vraag, daar gaat het hier nu even niet om. Hij begaat in ieder geval géén drogreden.
Jort Kelder reageerde vervolgens eerst inhoudelijk op het Quote-verhaal, maar gaat dan verder door een incident van twintig jaar geleden in het leven te roepen waarbij Storms zich zelf schuldig zou hebben gemaakt aan het bedrijven van onzuivere journalistiek. Kelder zegt te zitten tegenover een man die verantwoordelijk is voor “tot nu toe ongeslagen grove schending van journalistieke normen, namelijk het onder valse voorwendselen een politicus om te tuin leiden”. En hij vervolgt: “En jij gaat mij hier aan tafel ter verantwoording roepen? Jongen, waar heb je het over?” Wat we hier zien is de tu quoque-variant van de argumentum ad hominem. Deze variant is erop gericht de geloofwaardigheid van je opponent aan te tasten door tegenstrijdigheden in zijn positie aan het licht te brengen. Je opponent keurt bepaald gedrag af, terwijl hij zelf precies hetzelfde doet (‘ook jij’). Oftewel: De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.
Dit is in een debat een drogreden omdat iemand die persoonlijk tekort schiet, nog best gelijk kan hebben. Het is misschien contra-intuïtief, maar zo mag ook een fervent vleeseter een ander oproepen om vegetarisch te gaan eten: dat hij het zelf niet doet, betekent niet dat hij er geen goede argumenten voor kan hebben. Door het gebruik van de tu quoque wordt een inhoudelijke bespreking van het oorspronkelijke argument ontweken. Door iemand op deze manier het woord te ontnemen, wordt het bereiken van een oplossing van het meningsverschil verhinderd. En dat is nu juist idealiter het doel van een debat. Door te zeggen dat Storms 'geen recht van spreken heeft ' om Kelder te verantwoording te roepen, wordt Storms' vrijheid van spreken ontnomen om tot een oplossing van het geschil te komen. Oftewel: Jort Kelder begaat hier wél een drogreden.
Voor een uitgebreidere analyse van dit fragment door Roderik van Grieken, zie hier.
Voor de echte liefhebbers: zie hier vanaf pagina 8 een wetenschappelijke analyse van een eerdere persoonlijke aanval in De Wereld Draait Door tussen Jort Kelder en Bram Moszkowicz, door Dr. Bart Garssen van de vakgroep Taalbeheersing, Argumentatietheorie en Retorica van de Universiteit van Amsterdam .
Else van Nieuwkerk


