Laat Kamerleden vooral Twitteren!

Afdrukken

twitter

Eerder deze week deed Kamervoorzitter Gerdi Verbeet een dringend verzoek aan Kamerleden om te stoppen met twitteren tijdens debatten. Aanleiding was een discussie die ontstond tijdens een debat tussen Gerard Schouw (D66) en Hero Brinkman (PVV) naar aanleiding van een tweet van laatstgenoemde. 

Hij noemde daarin de Nationale ombudsman een 'D66-potentaat' die van de ombudsman een 'politiek instrument' wilde maken. Schouw noemde dit 'hoogst onfatsoenlijk' en eiste dat Brinkman afstand zou nemen van zijn woorden.

Verbeet, die al eerder een punt maakte van twitterende politici, riep de Kamerleden opnieuw op om zich op het debat te concentreren. "Ik doe nog eens de oproep om niet rechtstreeks uit een debat te twitteren", stelde zij. "Het wordt voor een voorzitter buitengewoon onoverzichtelijk om ook die nieuwe stroom van gedachtewisselingen te managen. U doet mij dan ook een groot genoegen om het getwitter over de onderwerpen van het debat in ieder geval te beperken tot de periode buiten het debat. Anders wordt het hier allemaal erg ingewikkeld", aldus Verbeet.

De gewraakte tweet van Brinkman bleek van voor het debat te zijn maar het punt van Verbeet is interessant; moeten Kamerleden zich onthouden van het versturen van tweets tijdens een debat? Volgens mij moet voor het beantwoorden van deze vraag onderscheid gemaakt worden tussen de woordvoerders tijdens een debat en andere Kamerleden.

Voor deze laatste groep is de vraag vrij makkelijk te beantwoorden. Er  kan geen bezwaar zijn tegen het feit dat Kamerleden die niet deelnemen aan het debat twitteren over de inhoud van het debat. Er zijn immers andere voorbeelden waar iets vergelijkbaars gebeurt zonder dat dat als hinderlijk wordt ervaren. Zo komt het vaker voor dat parallel aan een debat in het parlement Kamerleden deelnemen aan een paneldiscussie op radio of televisie over hetzelfde onderwerp. Ook worden parlementariërs wel eens geïnterviewd over het verloop van een debat terwijl dit nog gaande is. Natuurlijk kan datgene dat gezegd wordt van invloed zijn op het verloop van het debat maar een lopend debat wordt ook op andere manieren beïnvloed door gebeurtenissen buiten de vergaderzaal. De wereld staat nu eenmaal niet stil tijdens een debat.

Maar de Kamervoorzitter heeft wel degelijk een punt wanneer zij woordvoerders tijdens een debat wil laten stoppen met inhoudelijke tweets. Op de eerste plaats is dit unfair tegenover de andere deelnemers aan het debat. Stel dat de gewraakte tweet van Brinkman wel tijdens het debat was verstuurd.  De ombudsman had zich dan niet tijdens het debat kunnen verdedigen tegen deze aantijging. Simpelweg omdat hij van deze aanval niet af had geweten. Maar los van dat het unfair is gaat het ook ten koste van de kwaliteit van het debat. Het staat iedere deelnemer aan een debat uiteraard vrij om zijn eigen standpunt en verwoording daar van te kiezen. Maar hij moet dit wel openlijk voor alle deelnemers aan het debat doen. Anders ontneemt hij hen de kans om zijn argumenten te toetsen en dat is nu juist een van de essenties van een goed debat: dat argumenten worden uitgewisseld en getoetst. Maar ook alle toehoorders van een debat moeten dezelfde informatie krijgen. Het zou vreemd zijn wanneer de ‘volgers’ van een politicus op twitter meer of andere argumenten gepresenteerd krijgen dan diegenen die dat niet doen.  Bij een debat horen alle relevante argumenten zo snel mogelijk open en bloot op tafel te liggen zodat ze gebruikt kunnen worden om tot nieuwe inzichten te komen.

Maar los van de woordvoerders staat Kamerleden niets in de weg om tijdens een debat hun visie te verspreiden. Sterker nog,  het is juist goed. Ik wil mij als burger een zo goed mogelijk beeld kunnen vormen van waar volksvertegenwoordigers voor staan. Twitter leent zich daar bij uitstek voor omdat de twitteraar gedwongen wordt kort en bondig zijn mening te formuleren.  En wij weten allemaal dat juist in de beperking de meester zich toont!

Roderik van Grieken

FacebookGoogle BookmarksLinkedinTwitter