Donderdagavond 25 februari stond de eerste Open Debatavond van het jaar 2010 op het programma. Waar een groot deel van de Nederlanders op de skis stonden of in bed lagen met een after-carnavals griep had een groep enthousiaste debaters zich verzameld in de Twynstra Gudde Haagse Kamers om met elkaar van gedachten te wisselen over het actuele thema van de avond: de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart.
Vol vuur startte Thomas von der Dunk, die de avond inleidde, met zijn betoog over de autonomie van de lokale democratie. Met de boodschap dat hij aan een strikte spreektijd gehouden zou worden beloofde hij met zijn betoog een heuse Sven Kramer tijd neer te zetten. En warempel, op 13.55 was het betoog klaar!
Vanuit zijn geschiedenis achtergrond onderzocht hij de vraag: Hoe levend is de lokale democratie eigenlijk? De gemeenteraadsverkiezingen worden overschaduwd door de val van het kabinet Balkenende IV en door de vele fusies die in de loop der jaren geknutseld zijn voelt niemand meer enige emotionele burgerbinding met zijn (kunstmatige) gemeente.
Meer dan twee eeuwen geleden bestond het bestuur van Nederland uit een vijftigtal steden die slechts in een los verband waren georganiseerd, elk in de praktijk met min of meer met een vetorecht. Er werd geen centraal besluit genomen zonder instemming van elk der steden. Zo schetste Thomas von der Dunk een prachtig voorbeeld uit de 18e eeuw toen internationale onderhandelingen die de uitbraak van een nieuwe oorlog om Spanje moesten helpen voorkomen stil kwamen te liggen omdat Den Briel weigerde instemming te verlenen zolang niet twee van haar burgers tot officier in het Staatse Leger zouden werden benoemd. Gouden tijden voor de lokale democratie? Niet bepaald, de achterkamertjes triomfeerden en de burger moest het doen met de mededelingen die geroepen werden op het dorpsplein. De lokale onafhankelijkheid ging zelfs zover dat er meer dan een eeuw lang geen uniforme tijdrekening was. In 1795 legde de federatieve opzet het af tegen een uitgesproken gecentraliseerde eenheidsstaat onder druk van krachtige Europese buurlanden. De speelruimtes van gemeenten werd gaandeweg steeds verder beperkt de eigen financiële ruimte van gemeente werd uitgehold en daarmee ook de zin van de lokale democratie. Wat heeft men in de gemeenteraad nog te beslissen? Centraal wordt bepaald waar het geld uit het gemeentefonds aan wordt uitgegeven, dat komt de onderlinge nationale gelijkheid ten goede maar niet het lokale zelfbeschikkingsrecht.
Tegen de achtergrond van deze inleiding werd de eerste stelling geponeerd:
‘Gemeenten moeten veel meer naar eigen inzicht belasting kunnen heffen’
Allereerst was het aan de rechters om een oordeel te vellen op basis van hun eigen mening. Drie personen stemden voor, 5 tegen.
De voorstanders namen de aftrap. Wanneer de gemeente een eigen potje hebben naar eigen inzicht bevordert dat een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat. De tegenstanders beoordeelden het plan als ondoelmatig om per gemeente verschillen in belasting te heffen, dit creëert rechtsongelijkheid. Tevens waren ze benieuwd waarop de voorstanders dan de belasting wilden heffen? Hier werd direct op gereageerd, de burger beslist! Per gemeente zijn er andere belangen, er heerst grote diversiteit. Moeten de Friesen echt voor carnaval betalen en de Brabanders voor de Elfstedentocht? De tegenstanders betoogden dat belangen al op lokaal niveau zijn vertegenwoordigd, grote steden hebben zelfs stadsdelen. Lokaal bestuur is prima maar niet op fiscaal niveau. Een andere tegenstander noemde onduidelijkheid naar de burger, na 4 jaar wisselen raad en college en veranderen de regels weer. De voorstanders riepen dat dit landelijk net zo goed het geval was waarbij de tegenstanders direct aangaven dat dit de laatste zes jaar met de kabinetten Balkenende anders is gebleken! Vervolgens werd er ingegaan op een concrete casus, als sommige gemeenten gratis openbaar vervoer bieden en de buurgemeente niet, hoe moest het dan met de OV-chipkaart? De voorstanders vonden het probleem niet aan de orde en riepen dat je toch alleen in je eigen gemeente met Openbaar Vervoer reisde. Een uitspraak die meteen genomineerd werd voor de uitglijder van de avond, de debatbanaan. De voorstanders vervolgden met een nieuw argument, er is veel vervreemding van de burger met betrekking op het bestuurlijk niveau, we kunnen de cohesie vergroten door de burger te betrekken bij gemeentezaken en concreet aan de slag door naar eigen inzicht belasting te heffen.
Na deze stormachtige debatronde was het tijd voor het kritisch oog van de rechters.
In welke proportie is het voorstel? Hoe groot is de vrijheid van gemeenten?
De voorstanders hadden het plan klaar, de kaders worden centraal bepaald maar de gemeente vult verder in welke euro waaraan besteed wordt. Ook de tegenstanders moesten verantwoording afleggen aan de rechters;Wat zijn eigenlijk de voordelen van het huidige systeem? De tegenstanders hadden hierop twee antwoorden, We zijn één land, beslissingen moeten centraal worden genomen en het lokaal regelen zorgt voor lastenverhoging voor de burger, is eenvoudigweg duurder.
In het slotpleidooi startten de tegenstanders met hun laatste woorden in het eerste debat: het voorstel leidt onvermijdelijk tot belastingverhoging, dit leidt tot financiële chaos. Bovendien is er geen probleem met het huidige systeem, we hebben een goed functionerende democratie.
De voorstanders gaven aan geschrokken te zijn van de tegenstanders, de gemeente de ruimte geven was immers toch veel democratischer? Cohesie en leefklimaat worden bevorderd. Tenslotte werd de tegenstanders verweten bestuurlijke arrogantie te vertonen door te beweren dat gemeenten niet de verantwoordelijkheid kunnen dragen.
Een pittig debat met een winst voor de voorstanders, 6 rechters stemden voor en 2 tegen. De voorstanders hadden met name door de argumenten cohesie en saamhorigheid punten gescoord bij het vak der waarheidsvinding. Het debat werd afgesloten door een korte analyse van Thomas von der Dunk die met veel plezier alle argumenten over tafel had horen vliegen en wat debattechnische tips van Roderik van Grieken; schets goed wat het probleem is en maak gebruik van aansprekende voorbeelden.
Opgewarmd en wel konden de debaters hun tanden zetten in de tweede stelling:
‘Een goede democratie vergt een duidelijke afstand tussen burger en politiek’
De stelling werd ingeleid door Thomas von der Dunk die kort een aantal argumenten voor en tegen noemde. De argumenten tegen waren bekend, er is een kloof en geen draagvlak onder burgers, een actueel thema waarover vaak wordt gesproken. Maar waarom zou een afstand juist voordelig zijn? Politici hebben te maken met zaken die soms een lange adem nodig hebben, opiniepeilingen doorbreken deze. Tevens is te veel bemoeienis van de burger ongunstig, soms moet er een gevangenis komen maar niemand wilt deze in zijn/haar gemeente, op zulke momenten moet de politiek beslissen en niet de burger. Deze willen namelijk van alles wat voor hen gunstig is maar willen dan weer geen belastingverhoging. Met deze voorkennis maakten de rechters een afgewogen keuze. 6 rechters waren voor een duidelijke afstand, 2 tegen.
De voorstanders namen de aftrap met meteen een pittige uitspraak: Professionals maken beslissingen, burgers maken paniek! De tegenstanders gebruikten het democratie-argument, dit is een groot goed waarop we trots moeten zijn, een representatief systeem waarbij de burger wordt betrokken. De voorstanders op hun beurt toonden aan dat te dichte betrokkenheid van de burger wellicht helemaal niet zo democratisch was, degenen die het hardste schreeuwen krijgen vaak gelijk terwijl een gekozen regering luistert naar iedereen en op basis daarvan keuzes maakt. Een goede democratie dient efficiënt te zijn en daartoe moet wat afstand bewaard blijven. De tegenstanders zijn bang dat er dan geen communicatie meer is, geen communicatie betekent geen samenwerking, net als in een relatie. Toen werd de stelling omgedraaid door de voorstanders, geen duidelijke afstand betekent direct democratisch, in andere woorden een referendum en we weten allemaal dat dit niet werkt!
Hieropvolgend probeerden de tegenstanders de ernst van de situatie aan te tonen, er was namelijk sprake van een kloof tussen burger en politiek, een groot gapend gaat waar burgers overheen moeten schreeuwen en niet in gesprek kunnen gaan. Er is geen transparantie en de bestuurders pakken hun eigen score. In de ogen van de voorstanders hadden we het over een duidelijke afstand en is er geen sprake van een kloof. Bovendien wordt de persoonlijke scoringsdrang van politici juist versterkt als de burger er met zijn neus bovenop zit. Een argument dus dat in beide partijen gebruikt werd. Tijd voor de rechters om wat duidelijkheid te scheppen, graag horen zij in het slotpleidooi waarover wordt gesproken, kloof of duidelijke afstand? Kloof zeggen de tegenstanders, het is een kwalijke zaak dat de volksvertegenwoordiging geen idee heeft wat er speelt en het volk op hun beurt begrijpt niet waarover gepraat wordt, afstand doet geen recht aan het democratisch systeem. Onzin vinden de voorstanders, als we dit land moeten gaan regeren op basis van emotiedemocratie wordt het een chaos! Politici dienen een duidelijk rol te hebben, alleen op die manier kunnen ze ook verantwoordelijk gesteld worden.
Bij het stemmen van de rechters was het resultaat hetzelfde, 6 voor en 2 tegen, echter waren een aantal mensen wel van mening veranderd. Als debattechnische tip werd het volgende meegegeven: stel vragen aan de opponent.
Tot slot werd het derde debat gevoerd over een stelling in de waan van de dag, het publiek mocht kiezen uit 3 stellingen, de volgende werd gekozen:
‘Het voor de verkiezingen uitsluiten van een mogelijke coalitiepartner is een verstandige zet’
Thomas von der Dunk lichtte de stelling kort toe. Door coalitievorming worden verkiezingsbeloften vaak verbroken, enerzijds kun je door een mogelijke coalitiepartner uit te sluiten natuurlijk kiezers winnen die duidelijkheid waarderen, anderzijds sluit je een groep kiezers ook uit.
Het oordeel is aan de rechters die het pertinent oneens blijken te zijn, 4 voorstanders, 5 tegenstanders.
De voorstanders nemen de aftrap met het argument, duidelijkheid. Kiezers willen duidelijkheid en krijgen dit op deze manier. De debattip uit het vorige debat wordt door de tegenstanders meteen ter harte genomen en vragen de voorstanders een voorbeeld te geven van een mogelijke coalitiepartner. De voorstanders beantwoorden deze vraag door aan te geven dat elke partij die zetels kan behalen een mogelijke coalitiepartner is en dat je helder moet zijn naar de kiezer als hiermee geen coalitie kan worden gevormd. Wanneer dit wordt negeert valt het kabinet vroeg of laat. De tegenstanders zien het totaal anders, uitsluiten van een mogelijke coalitiepartner betekent een uitholling van de democratie en uitsluiting van het debat, en dan kan het Nederlands Debat instituut wel sluiten! Wanneer er geen woorden vallen vallen er klappen. Bovendien getuigt het niet van leiderschap om een partij uit te sluiten en daarmee weg te lopen van beslissingen, argumenten besturen immers een land. Juist daarom moeten we ook uitleggen waarom je een mogelijke coalitiepartner zou uitsluiten merken de voorstanders op, je moet dit verantwoorden naar de kiezer, je sluit pas iemand uit als dit realistisch is. En toch worden er dan kiezers uitgesloten vinden de tegenstanders. Ook de rechters merken dit op, dupeer je geen kiezers op deze manier? En met dat antwoord kwalificeert een van de voorstanders zich voor de debatbanaan, neem een voorbeeld, de PVV, dan sluit je nog geen 20% van de kiezers uit! Dat valt dus wel mee volgens de voorstanders. Een groot tumult in de zaal die gerelativeerd werd door een vraag van een andere rechter: Kunnen de tegenstanders uitleggen hoe tegenpolen samen een land kunnen besturen? En weer werd een concreet voorbeeld aangedragen: kijk maar naar de jarenlange samenwerking van de PvdA en de VVD, dit kun je bereiken door respect voor elkaar te hebben. De tegenstanders vervolgen met het slotpleidooi en gebruiken hierbij meteen de uitglijder van de voorstanders, blijkbaar vinden zij het prima dat 20% van de kiezers wordt uitgesloten in een democratie, meeste stemmen gelden? Is een groepsverkrachting dan ook gerechtvaardigd? Een nominatie voor de gepeperde uitspraak! De voorstanders noemen kort en stevig hun argumenten: het is verstandig, verstandig voor politieke partijen, verstandig voor kiezers en verstandig voor een stabiele regering.
Het is aan de rechters om een oordeel te geven over dit vurige debat, 7 tegen en 2 groen, een overwinning voor de tegenstanders. Een rechter merkte glunderend op dat hij het erg fijn heeft gevonden dat hij door de tegenstanders zo persoonlijk werd benaderd en aangesproken, dat doet toch iets met je. En zo werd debat 3 toch nog luchtig afgesloten.
En dan het moment waar iedereen op heeft gewacht, de prijsuitreiking ! De banaan ging uiteraard naar de persoon die het uitsluiten van 20% van de kiezers geen enkel probleem leek te vinden. Een goede tweede was de opmerking dat je alleen in je eigen gemeente gebruikt.
De peper was bijna gegaan naar de persoon die de opmerking maakte dat een landelijk kabinet tegenwoordig helemaal geen 4 jaar meer zat maar in het laatste debat werd de prijs toch weggekaapt door de rechter die heerlijk op zijn troon zat en zo keurig werd aangesproken door de tegenstanders. De prijs voor de beste debater ging naar de dame die gedurende het hele debat duidelijkheid wist te scheppen rondom verschillende onderwerpen, het waarom en hiermee de kern raken.
Bij de borrel werd nog hevig verder gedebatteerd over de besproken onderwerpen en was er de mogelijkheid om de eerste Open Debatavond van het jaar nog eens te bespreken, een mooi begin van 2010!


