Verbouwing Tweede Kamer goed voor herkenbaarheid politiek

Afdrukken
pechtold_analyse_debatinstituut.jpg

Alexander Pechtold riep onlangs in het programma Zomergasten op tot het herinrichten van de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer. Er zou moeten worden terug gegaan naar de inrichting van de vergaderzaal die tot 1992 dienst deed en waarbij coalitiefracties en oppositiefracties tegenover elkaar zaten.

Deze oproep verdient alle steun. Het belangrijkste argument hiervoor is dat het een bijdrage levert aan de herkenbaarheid van en het draagvlak voor politieke besluitvorming. Tegenstellingen moeten ook fysiek zichtbaar zijn. Gemeenten en provincies zouden het voorbeeld moeten volgen en ook hun Raadzaal en Statenzaal aan een grondige verbouwing moeten onderwerpen.

Het belangrijkste fundament van een debat is een meningsverschil. Zonder meningsverschil geen debat. Doel van het debat is om door middel van het uitwisselen en toetsen van  argumenten tussen partijen die met elkaar van mening verschillen te komen tot nieuwe inzichten en gefundeerde besluiten. Doelstelling van de deelnemers aan het debat is om anderen te overtuigen. Dit kunnen de tegenstanders zijn maar veelal staat met name een derde partij centraal die uiteindelijk beslist en die een cruciale rol speelt in het debatproces. In een rechtszaak is dit de rechter, in het politieke debat is het uiteindelijk de kiezer. Voor de toeschouwer van een debat, de burger, is het belangrijk dat steeds duidelijk is wat het meningsverschil is en welke partijen het met elkaar oneens zijn. Zolang hier onduidelijkheid over bestaat is het voor de burger ingewikkeld om het debat te volgen. En dat is slecht. De burger staat immers in ieder debat centraal. Onduidelijkheid bij de burger over het politieke debat draagt bij aan vervreemding van het democratische politieke proces met als uiterste consequentie een afbrokkeling van het draagvlak er voor.

Het tegenover elkaar positioneren van partijen die het met elkaar oneens zijn helpt bij het scheppen van duidelijkheid. Het schept voor de burger een helder kader waarbinnen het debat plaatsvindt. Niet voor niets zitten in het oudste parlement ter wereld, het Engelse Lagerhuis, regering en oppositie tegenover elkaar. Het schept duidelijkheid en het maakt het debat ook attractiever. De kiezer beloont deze duidelijkheid ook. Een deel van het succes van de PVV en D66 is hierin gelegen. De PVV positioneert zich in ieder debat glashelder waarbij te allen tijde zoveel mogelijk afstand wordt genomen van alle andere partijen in het parlement. D66 positioneert zich het meest zichtbaar diametraal tegenover de PVV. Dat schept duidelijkheid voor de kiezer en beide partijen plukken er de electorale vruchten van. Bijvoorbeeld bij de laatste Europese verkiezingen waarbij de PVV het duidelijkste ‘nee!’ liet horen en D66 campagne voerde met ‘ja!’. Alle andere partijen bevonden zich hier ergens tussenin waarbij zelfs voor de geoefende luisteraar vaak onduidelijk was wat de inhoudelijke verschillen waren.

Een goed debat hoort binair te zijn; voor of tegen. Dat biedt het beste fundament om argumenten uit te wisselen en te toetsen. De eventuele nuance volgt aan het einde; uit meningsverschillen ontspringt de waarheid! Het is functioneel om deze tegenstelling tijdens het debat ook fysiek zichtbaar te maken.

Vaak wordt hier tegenin gebracht dat in de Nederlandse poldercultuur het debat nu juist zoveel mogelijk gemeden dient te worden. Meningsverschillen zouden niet op de spits gedreven moeten worden aangezien partijen uiteindelijk toch moeten samenwerken. Het verhullen van tegenstellingen is echter schadelijk voor de democratie. Burgers en politieke partijen zijn het binnen de democratie nu eenmaal fundamenteel oneens met elkaar over belangrijke vraagstukken en het is belangrijk dat dit in het parlement, het Huis van de Democratie, goed zichtbaar is. Dat in ons politieke systeem uiteindelijk compromissen gesloten moeten worden begrijpt de burger over het algemeen best. Veel schadelijker voor onze polderdemocratie is het wanneer de burger het politieke proces niet kan volgen. En de inrichting van de Tweede Kamer, maar ook van vrijwel alle Statenzalen en Raadszalen in ons land draagt bij aan deze verwarring. Coalitiepartijen en oppositiepartijen zitten door elkaar en naast elkaar. Het is als een voetbalwedstrijd waarin beide teams min of meer hetzelfde gekleed zijn. De spelers weten hun teamgenoten feilloos te vinden omdat ze elkaar kennen maar de toeschouwer kan het spel moeilijk volgen. Juist in het politieke proces dat inhoudelijk vaak al complex genoeg is moet de burger zoveel mogelijk gefaciliteerd worden. Wie staat waar in welk vraagstuk? Idealiter zou iedere burger die de moeite neemt om een parlementair debat te volgen in de zaal of via televisie of internet te allen tijde het hoofdvraagstuk van het betreffende debat in beeld moeten hebben (moet de AOW-leeftijd verhoogd worden?) met daarbij de posities van alle partijen binnen dat vraagstuk (voor zijn D66 en VVD, tegen zijn PvdA en SP etc.). Deze opponenten bevinden zich tegenover elkaar. Vanaf dat moment wordt het debat interessant en kan hij zich volledig concentreren op de inhoud.

Een ander tegengeluid is dat het tegenover elkaar plaatsen van partijen alleen maar onwenselijk theater oplevert van tegen elkaar schreeuwende Kamerleden. De verwijzing naar het Engelse Lagerhuis is snel gemaakt. Het Engelse parlement is echter vanuit debattechnisch perspectief juist een voorbeeld van hoe een debat fysiek dient te worden ingericht. De aanpassing van de inrichting van de Tweede Kamer zal zeker zijn effect hebben op de toon van het debat. De vraag is echter of dit een slecht gevolg is of juist een positief bijeffect. Het betreft immers een debat tussen onze volksvertegenwoordigers. De burger zal zich eerder thuis voelen bij een herkenbaar fel debat waarin besloten wordt over zijn geld dan een voor hem vaak onduidelijke argumentenwisseling.

Het debat is meer dan eens geduid als de zuurstof van onze democratie. Door middel van debat komen wij tot maatschappelijke besluiten waarbij de minderheid zich, onder protest, neerlegt bij het standpunt van de meerderheid. Zeker in een tijd waarin de afstand tussen de belevingswereld van de burger en het politieke besluitvormingsproces als groot wordt beschouwd is er alles aan gelegen om ervoor te zorgen dat de burger het proces zo goed mogelijk kan volgen. De inrichting van het parlement kan daar wel degelijk een positieve bijdrage aan leveren.

Roderik van Grieken
Directeur Nederlands Debat Instituut
 




FacebookGoogle BookmarksLinkedinTwitter