Elke deelnemende school is op het NK Scholieren vertegenwoordigd met een debatteam (drie leerlingen) en één leerling-jurylid. Hieronder worden de rollen globaal beschreven.

De debatwedstrijd
Het parlementaire debat is de debatvorm die wordt gehanteerd op het NK Scholieren. Elke school levert een debatteam bestaand uit drie leden. Het debat bestaat uit drie fasen: de opzetfase, de verweerfase en de conclusiefase. In elke fase komt één spreker van elk debatteam aan het woord. Zie het lesboekje voor meer informatie. Zie dit document voor alle vernieuwingen van dit jaar op een rij.

Het leerling-jurylid
Naast het debatteam neemt elke school een leerling-jurylid mee. Er is bij elk debat één juryvoorzitter die door het debatinstituut vooraf speciaal is getraind, daarnaast is er ook (vaak) een adjunct-voorzitter. Deze twee worden ondersteund door het leerling-jurylid. Bij elk debat zijn twee leerling-juryleden aanwezig, waarvan er steeds slechts eentje jureert. De ander neemt de taak van timekeeper op zich. Hij/zij houdt de tijd bij die de debaters per beurt tot hun beschikking hebben, tot op de seconde nauwkeurig aan.

Het ballondebat
Vijf debaters beelden zich in dat zij zich in een luchtballon bevinden die boven de zaal hangt. De ballon dreigt neer te storten en kan alleen blijven zweven als vier mensen uit de mand springen en er een persoon overblijft. De ballonvaarders moeten met elkaar in debat en het publiek bepaalt wie moet springen en wie mag blijven. De vijf debaters nemen de persoonlijkheid aan van een bekend persoon. In de eerste ronde heeft iedere deelnemer twee minuten de tijd om uit te leggen waarom hij/zij in de ballon moet blijven zitten. Tijdens deze spreekbeurt mag hij/zij alleen over zichzelf praten, dus niet over de andere ballonvaarders. Nadat alle deelnemers aan het woord zijn geweest, beslist het publiek welke twee ballonvaarders eerst moeten springen. De overgebleven drie deelnemers krijgen vervolgens twee minuten de tijd om uit te leggen waarom de andere twee overblijvers uit de ballon moeten en zij niet. Na afloop van deze tweede ronde beslist het publiek welke twee ballonvaarders nu moeten springen. Degene die overblijft is de winnaar van het ballondebat.

Op iedere voorronde wordt het ballondebat tussen de laatste debatronde en de bekendmaking van de uitslag gehouden. Iedere aanwezige leerling kan zich opgeven om mee te doen, het is dus niet alleen voor afgevaardigde debaters. Wel is het zo dat slechts vijf leerlingen kunnen debatteren tijdens het ballondebat. Deze vijf leerlingen worden gekozen door een loting. Bedenk dus alvast een personage en doe mee!

Meer weten?
Zie het lesboekje.

FacebookGoogle BookmarksLinkedinTwitter